Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/8.7.1.2
8.7.1.2 Wetenschappelijke opstellen 1930 en minimumliteratuurlijst 1933
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977221:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Formeel is de Commissie KX en XI tot 1934 subcommissie van de Commissie, belast met het afnemen der examens voor MO in de Nederlandsche taal- en letterkunde, geschiedkundige wetenschappen, staat(s)huishoudkunde, handelswetenschappen, levende talen en hare letterkunde, schoonschrijven en gymnastiek. Staathuishoudkunde is de akte G: Staatshuishoudkunde en de statistiek én Staatsinrigting van Nederland.
De verslagen zijn mij door Duyverman ter hand gesteld (2001).
J.P. Duyverman, ‘Het examen m.o. staatsinrichting’, TvO 6 mei 1960, p. 206.
Vademecum voor studeerenden voor G.A. en Staatsinrichting MO, Maastricht: Leiter-Nypels 1935.
G. Bolkestein, Schriftelijke opgaven van de examens M.O. voor Nederlands, geschiedenis, aardrijkskunde, staatshuishoudkunde en de statistiek, en staatsinrichting 1918-1929, Groningen: Wolters 1930.
H.Ph.J.A.M. Hennekens, De opleiding van de gemeentejurist. Verleden, heden en toekomst, SBC 10 jaar, Nijmegen: SBC 2014.
W. Derksen 1980, p. 87-147.
Ambtenaren staan voor de keuze na de akte Gemeente-administratie I (GA-I) te vervolgen met de akte GA-II (2 delen), MO-Staatsinrichting of gemeentefinanciën. MO-Boekhouden is een vervolg op het p.d.b. (praktijkdiploma boekhouden) en MBA (moderne bedrijfsadministratie) als alternatief voor SPD-I of II (Staatspraktijkdiploma). Financiële ambtenaren bezaten MO-Staathuishoudkunde en de statistiek, zie: Prof. mr. J. in 't Veld (1895-1981), Het Burgemeestersblad 2003, 30, 10. GA is gemeenteadministratie, niet gemeenteambtenaar, zie: M. Hertogh e.a., ´Tussen rechtmatigheid en doelmatigheid. Proeve van een ideaal en perspectief´, in: Van der Burg & Brom (red.) 1998, p. 110. In de opleiding stond het juridisch denken voorop; vgl. Hennekens 2014.
Vgl. J.M. Verhage 1900, Leeraar MO, Mondelinge en schriftelijke examenvragen Staatsinrichting en Staathuishoudkunde M.O., ’s-Gravenhage: Blommendaal 1923.
Het schriftelijk examen bestaat uit een wetenschappelijk Opstel en Vragen.
Met betrekking tot de literatuur voor staatsrecht is Feenstra/Polak, De gronden der Nederlandse Staatsinrichting aanbevolen. Hierover maakt De Ru (Schrijven van november 1959 (in mijn bezit)) Duyverman als secretaris van de commissie M.O.-Staatsinrichting duidelijk dat het in één adem noemen van Kranenburg en een middelbare schoolboek als Feenstra/Polak niet juist is. De Ru oppert hetzij Van der Pot hetzij Kranenburg te verplichten. Daarnaast wil hij de Internationale en Supranationale Organisaties (Verenigde Naties, Raad van Europa en De Europese Gemeenschappen) toevoegen. Ook de rubriek Algemene staatsleer en buitenlandse staatsinrichtingen is uit te breiden met Politiek van het Repertorium van de Sociale Wetenschappen, Elsevier 1958, J.J. de Jong, Politieke Organisaties in West-Europa na 1800 en J.M. Polak, Schets van het Amerikaanse Uniestaatsrecht. Met de laatste suggestie geeft De Ru een aanzet tot kennis van een democratie, waarin nationaliteit en natiegevoel essentieel zijn in de natievorming. J.V. Rijpperda Wierdsma merkt in correspondentie met De Ru op geen voorstander te zijn van uitbreiding van de literatuur (Brief van 20 december 1959, in mijn bezit).
Eén van de Vragen van het examen in 1957 is ’Wat weet Gij van de motie-Kersten van 1925? Dit had moeten zijn: ’Wat weet Gij van het amendement-Kersten?, zie: Het Verslag van de Commissie, in 1957 belast met het afnemen van de examens ter verkrijging van de akte van bekwaamheid tot het geven van m.o. in staathuishoudkunde en de statistiek (KX) en in de gronden der gemeente-, provinciale en staatsinrichting van Nederland (K XI). Publicatie (1321-57) in de reeks Examenverslagen, uitgegeven door het Sdu.
Zie de aanwijzingen van de commissie in de literatuurlijst voor het examen staatsinrichting MO (K XI) (januari 1975): Met ingang van 1 januari zullen de kandidaten, die voor het mondeling examen opgaan, een lijst moeten inzenden van twintig arresten of administratiefrechtelijke beslissingen. Tijdens het examen zal de kennis en het inzicht mede aan de hand hiervan worden getoetst.
Vgl. Jaarboekjes V.H.M.O., uitgaande van de Raad van Leraren bij het vhmo, voortzettende de reeks uitgegeven door het Genootschap en de A.V.M.O., Groningen: Wolters 1969.
Bartels 1963, p. 160.
De aantallen voor het examen MO-Staatsinrichting en de akte Q zijn in 1980: Opgegeven en deelgenomen aan het schriftelijk: 67 resp. 60 kandidaten. Afgewezen op het schriftelijk examen 23. 37 kandidaten doen mondeling examen. Geslaagd 28, afgewezen 7 en 2 ‘nog te doen’. (Informatie van secretaris H.J. de Ru op 7 oktober 1980 (in mijn bezit).
Opstellen/minimumliteratuurlijst/examenbundels
Vanaf 1930 bestaat het examen MO-Staatsinrichting uit een wetenschappelijk opstel met verplichte titel en een tweede titel ter keuze uit de voorgelegde titels. Vóór die tijd is er vrije keuze uit vier titels. De commissie Staatsinrichting (K XI) is sinds 1930 niet langer subcommissie van de Examencommissie K VII-K XI.1 Het examenverslag MO-Staatsinrichting bevat vanaf 1935 de minimumliteratuurlijst.2 Voor de decentralisatie als examenonderdeel geldt deze nog niet.3 Voor de voorbereiding op het MO-examen is het Vademecum met mondelinge en schriftelijke vragen in omloop.4 Bolkesteins Schriftelijke MO-examenopgaven 1918-1929 verschijnt in 1930.5
MO-Staatsinrichting voor carrière bij overheid
Uit de commissieverslagen is de betekenis op te maken van de akte MO-Staatsinrichting6 voor ambtenaren.7 Het bezit kan de carrière bevorderen. Eenzelfde ontwikkeling doet zich voor met MO-Boekhouden (K XIIa). Het bezit geeft perspectief op de rang van administrateur of referendaris. Daardoor concurreert MO-Staatsinrichting met de akten Gemeente-administratie I en II en -financiën die een grote relevantie kennen voor ambtelijke loopbanen.8
Opstel(len) en Vragen
Tot het mondeling examen MO-Staatsinrichting zijn de voor het schriftelijk deel geslaagde kandidaten toegelaten.9 De cijferlijst bevat tot 1935 cijfers voor het wetenschappelijk en pedagogisch opstel. Vanaf 1935 verschijnen drie cijfers: twee voor Opstel en de Vragen en één voor het mondeling.10 Voor het wetenschappelijk Opstel bestaat een keuze uit drie opgegeven titels. De Vragen bestaan uit vijf onderwerpen.11 Bijlage XId bevat een selectie van Opsteltitels en Vragen vanaf 1935.12
Gemiddeld 100 examenkandidaten per jaar
Onder de OWvo doen ieder jaar ongeveer honderd kandidaten schriftelijk examen MO-Staatsinrichting, waarvan op enig jaar na, 30 percent al of niet na herhaald examen slaagt (Bijlage XI). Er zijn weinig vrouwelijke kandidaten van 1864 tot 1935. Dat is na 1935 niet anders: 26 vrouwen en 941 mannen behalen de akte.13 Het is geen wonder om overwegend leraren staatsinrichting aan te treffen (Bijlage X).14 De staatswetenschappen zijn bij vrouwelijke kandidaten minder in trek dan de moderne talen, aardrijkskunde, geschiedenis en boekhouden.15 Het aantal kandidaten voor MO-Staatsinrichting is meer dan een eeuw stabiel (Bijlage IIIa).16