Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/1.3.1.7:1.3.1.7 Voorontwerp Decreet Milieubeleid
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/1.3.1.7
1.3.1.7 Voorontwerp Decreet Milieubeleid
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS359696:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de opdracht aan de Interuniversitaire Commissie tot Herziening van het Milieurecht in het Vlaamse Gewest blijkt dat de Vlaamse Regering een voorontwerp van kaderdecreet inzake milieuhygiëne voorstaat om de doelmatigheid van het milieuhygiënerecht te vergroten. Meer bepaald betrof het een rationalisatie en vereenvoudiging van de milieuwetgeving' en een efficiënter gebruik van geëigende milieubeleidsinstrumenten zoals onder meer kwaliteitsdoelstellingen, controle op bronnen van verontreiniging, heffingen en andere economische maatregelen, veiligheidsmaatregelen en saneringswerken, integratie van milieuaspecten in andere beleidsdomeinen, milieubeleidsplanning.' Voorts vroeg de Vlaamse Regering naar verhoging van de doelmatigheid van de strafrechtelijke en andere middelen tot handhaving van het milieurecht.'1
De commissie gaat expliciet in op mogelijke voordelen van een Voorontwerp Decreet Milieubeleid.2
In de eerste plaats is het voorontwerp een poging tot inhoudelijke codificatie van het Vlaamse milieuhygiënerecht. Het doel daarbij is te komen tot een systematische uiteenzetting van het geheel van de rechtsregelen uit het bestreken rechtsgebied, vertrekkende van een duidelijk concept over de doelstellingen en instrumenten van het milieubeleid.' In de tweede plaats poogt het voorontwerp de ontbrekende interne samenhang te geven aan het milieurecht.'
Dat was volgens de commissie nodig omdat het milieurecht in Vlaanderen niet op een systematische wijze werd opgebouwd', maar daarentegen veelal accidenteel groeide. Nieuwe wetgeving was dikwijls als reactie op een of ander concreet incident of op verplichtingen van internationale of Europeesrechtelijke aard. Van een globale en samenhangende aanpak van de verschillende deelproblemen was er zelden sprake. Het milieurecht werd dan ook sterk sectoraal uitgebouwd. Het ontbreken van eenvormigheid in de regelen betreffende de organisatie van de besluitvorming en de handhaving maakte het sectorale milieurecht overbodig complex.'
In de derde plaats wil de commissie het milieurecht meer doeltreffend maken en een grotere slagkracht geven, zonder de economische impact en de maatschappelijke aanvaardbaarheid ervan uit het oog te verliezen.' In de vierde plaats zegt de commissie naast deze inhoudelijke doelstellingen ook de juridische kwaliteit van het milieurecht voor ogen te hebben gehad. Waar mogelijk tracht het voorontwerp rechtszekerheid en voorspelbaarheid te verzekeren.'