Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/3.2.5.1:3.2.5.1 Inleiding
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/3.2.5.1
3.2.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS347928:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met dank aan E.J. Nijensteen en M.C.W. Mampaeij die in het kader van hun bachelorscriptie voorbereidend onderzoek hebben gedaan.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 2.4 is geanalyseerd welke elementen in de belastingwetgeving verstoringen veroorzaken waar het betreft de belastingheffing rond bedrijfsoverdrachten. Daar kwam het verstorende karakter van een vermogenswinstbelasting aan de orde. Het H-S inkomensbegrip is vanuit een draagkrachtgedachte het meeste zuivere inkomensbegrip. Alle voordelen, inclusief ongerealiseerde vermogenswinsten, moeten in de heffing worden betrokken. Dit gebeurt ook onder een vermogensaanwasbelasting. De fiscale problematiek rond de belastingheffing op het moment van overdracht zou onder een vermogensaanwasbelasting zijn opgelost. Toch wordt een vermogensaanwasbelasting veelal afgewezen op grond van liquiditeitsoverwegingen. Naast liquiditeitsproblemen kunnen ook waarderingsproblemen worden onderkend (zie uitgebreider paragraaf 2.4.2.2). Onder een vermogensaanwasbelasting moet ieder jaar een waardering plaatsvinden. Ten aanzien van incourante aandelen en IB-ondernemingen betreft dit in ieder geval een verzwaring van de administratieve lastendruk. Het voorgaande heeft voor mij tot de conclusie geleid dat incourante aandelen in een kapitaalvennootschap en IB-ondernemingen onder een vermogenswinstbelasting moeten worden belast. Dit neemt niet weg dat ik een vermogensaanwasbelasting theoretisch het meest gewenste systeem vind.
Als kritiekpunt van een vermogenswinstbelasting wordt wel genoemd dat vermogensmutaties bij realisatie in één keer tegen een progressief tarief worden belast, hetgeen tot een progressienadeel kan leiden. Daar staat tegenover dat een liquiditeits- en rentevoordeel kan worden behaald door langdurig uitstel van heffing. Het effectieve tarief daalt. Om te beoordelen of voor het progressienadeel onder een vermogenswinstbelasting een faciliteit zou moeten worden geboden, is in bijlage 1a berekend hoe de belastingheffing, rekening houdend met de rentecomponent, onder zowel een vermogenswinstbelasting als een vermogensaanwasbelasting verloopt.1 Er is alleen dan reden een faciliteit te verlenen indien een vermogenswinstbelasting voor de belastingplichtige nadeliger uitwerkt dan een vermogensaanwasbelasting (theoretisch gewenst model), zie paragraaf 2.4.2.3. Dit is gedaan voor de periode van 2002- 2011. In paragraaf 3.2.5.2 worden de opbouw van het model en de veronderstellingen uitgeschreven. De uitkomsten en conclusie volgen in paragraaf 3.2.5.3.