Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/4.2.2
4.2.2 Disciplinaire maatregelen voor Belastingdienstmedewerkers
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285289:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Gedragslijn bij strafbare feiten (2001). Vergelijk: Van der Steeg die in haar dissertatie over het politietuchtrecht stelt dat, hoewel strafrechtelijke en de tuchtrechtelijke procedures gescheiden trajecten zijn, gedragingen die strafrechtelijk verboden zijn in beginsel tevens plichtsverzuim vormen, mits er een relatie bestaat tussen de gedraging en de functie van de ambtenaar (Van der Steeg 2004, blz. 114).
Een deel van de onderworpen subjecten is onderworpen aan ‘eigen’ tuchtrecht. Dit valt buiten het bereik van dit onderzoek en zal verder niet worden behandeld.
Hierbij kan worden gedacht de ondertekening van een geheimhoudingsverklaring voorafgaand aan de aanstelling/indiensttreding. Bij het afleggen van de eed of belofte dient eveneens te worden verklaard dat men zich aan de geheimhoudingsplicht zal houden. Zie ook: Gedragscode Integriteit Rijk (2020), Stcrt. 2019, 71141, par. 5.1 en de brochure Een Integere Belastingdienst (2019), blz. 9.
Zie onder meer: aanschrijving Minister van Financiën van 29 mei 1893, nr. 28, opgenomen in P.W. nr. 8408, aanschrijving Minister van Financiën van 26 januari 1894, nr. 41, opgenomen in P.W. nr. 8572, art. 101, art. 121 en art. 129 Organisatiebesluit (1904), art. 86, art. 100 en art. 108 Organisatiebesluit Belastingen (1920) en de brochure Omgaan met integriteitsschendingen (2012).
Hierbij moet worden opgemerkt dat het hier niet exclusief gaat om art. 67 AWR, maar bijvoorbeeld ook om art. 9 Ambtenarenwet 2017 en art. 2:5 Awb. Vergelijk: aanwijzing 12, aanwijzingen externe contacten rijksambtenaren (2020).
Voorschrift buitengewone voorvallen 2004, hoofdstuk 4, onderdelen a en b.
Personele Uitvoeringsbepalingen Belastingdienst (PUB), blz. 160 (het PUB wordt vervangen door het Personeelsreglement ministerie van Financiën). Strafontslag wegens schending geheimhouding o.a.: aanschrijving Minister van Financiën van 26 januari 1894, nr. 41, opgenomen in P.W. nr. 8572, NRC 6 juli 1999, Onderzoek naar fraude deurwaarders, https://www.nrc.nl/nieuws/1999/07/06/onderzoek-naar-fraude-deurwaarders-7453783-a1026883 (online geraadpleegd op 7 februari 2019), CrvB 31 juli 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AI1297, CRvB 20 november 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AN8832, RTL Nieuws 25 mei 2011, DGB/2011/2484 M (Wob-besluit integriteit), http://media.rtl.nl/media/actueel/rtlnieuws/2011/integriteit/belastingdienst.pdf (online, geraadpleegd op 7 februari 2019), Rechtbank ’s-Hertogenbosch 27 juni 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BW9500, Rechtbank Oost-Brabant, 4 oktober 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:5480 en Rechtbank Oost-Brabant 14 december 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:6422. In 2018 en 2019 betrof het vier gevallen (Wob-besluit van 1 juli 2020, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2020/07/01/besluit-wob-verzoek-ontslagen-na-integriteitsschendingen (online, geraadpleegd op 9 juli 2020).
Zie: rapport No 4 januari 1996, ECLI:NL:XX:1996:AN4992, FED 1996/403 (verstrekking gegevens aan ex-werkgever) en rapport No 21 juni 2010, nr. 2010/162, https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/rapporten/2010162 (online, geraadpleegd op 10 februari 2020) waar de Nationale ombudsman oordeelt dat de deurwaarder – wellicht met goede bedoelingen – bij het uitreiken van een navorderingsaanslag zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door tegen de echtgenote het bedrag van de aanslag te noemen terwijl ook anderen zich binnen gehoorsafstand bevonden. De Belastingdienst was overigens van mening dat geen sprake was van schending geheimhouding. Vergelijk: In de procedure voor datalekken wordt onder meer bekeken of de regels met betrekking tot integriteit zijn overtreden (factsheet omgaan met gegevens (2020)).
Zie onder meer: HR (strafkamer) 5 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1118. Uit het op verzoek vrijgegeven arrest van het hof blijkt dat het hof de desbetreffende voormalig politieagent strafbaar heeft verklaard zonder oplegging van straf of maatregel omdat hij al was ontslagen (Hof (strafkamer) 29 september 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:3430). In vergelijkbare zin: de op verzoek gepubliceerde uitspraken van Rechtbank Rotterdam (strafkamer) 9 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6161 en ECLI:NL:RBROT:2020:6162, r.o. 7.4 (geen beroepsverbod voor inmiddels ontslagen inspecteurs die tevens belastingadvieskantoor runden). Anders: Rechtbank Rotterdam (strafkamer) 17 februari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:1294, r.o. 8.3.2 en r.o. 8.4 in samenhang met Rechtbank Den Haag (civiele kamer) 10 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:5446.
Gedragslijn bij strafbare feiten (2001), par. 2.3. en de procedure Centraal Meldpunt Integriteit Belastingen (2015), blz. 1. Hierin wordt verwezen naar het protocol integriteitsonderzoeken Belastingdienst (PIB), blz. 6.
Deze ontheffing beperkt zich overigens tot het inlichten van de directeur van het desbetreffende dienstonderdeel waar de meldende medewerker werkzaam is. De directeur van de meldende medewerker kan pas nadat hij een ontheffing geheimhouding heeft verkregen de directeur van het organisatieonderdeel waar de betrokken medewerker werkzaam is informeren. Voor een onafhankelijke toetsing van fiscale integriteitsvraagstukken wordt een Adviescommissie advisering ontheffing geheimhoudingsplicht ingesteld (Verslag, Kamerstukken II 2020/21, 31 066, nr. 790, blz. 24). Vergelijk: De verleende ontheffing geheimhouding voor een inkerende belastingambtenaar (Rechtbank Limburg 18 januari 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:431, r.o. 2). Zie ook: Wob-besluit van 13 maart 2019 (beleidsbesluit ontheffing fiscale geheimhoudingsplicht), 2019-0000016708, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2019/03/13/wob-verzoek-naar-beleidsbesluit-waarbij-ontheffing-wordt-verleend-van-de-fiscale-geheimhoudingsplicht-in-geval-van-een-ernstig-vermoeden-van-plichtsverzuim (online, geraadpleegd op 3 maart 2020) en Wob-besluit van 19 april 2019 (ontheffingsverzoek fiscale geheimhoudingsplicht), 2019-000004815, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2019/04/19/besluit-wob-verzoek-over-ontheffing-van-de-fiscale-geheimhoudingsplicht-in-geval-het-fiscale-informatie-betreft-op-grond-waarvan-een-ernstig-vermoeden-van-plichtsverzuim-kan-worden-gebaseerd (online, geraadpleegd op 3 maart 2020).
Hof van Discipline ‘s-Hertogenbosch 4 december 2020, ECLI:NL:TAHVD:2020:263, r.o. 5.15. De advocaten kregen een berisping (r.o. 5.18).
Een ambtenaar van de Belastingdienst kan zich in de uitoefening van zijn functie schuldig maken aan het plegen van een strafbaar feit. Daarbij zal tevens sprake zijn van overtreding van een disciplinaire norm.1 Anders dan art. 272 Sr vallen niet alle onderworpen subjecten onder het disciplinaire beleid van de Belastingdienst.2 Door de Belastingdienst wordt op verschillende wijzen voortdurend aandacht gevraagd voor de geheimhoudingsplicht van belastingdienstmedewerkers.3 Dit gebeurt al van oudsher.4 Schending van de geheimhouding door medewerkers van de Belastingdienst wordt als een ernstige integriteitsschending beschouwd.5 Zo blijkt uit het Voorschrift buitengewone voorvallen 2004 dat het gebruik van fiscale informatie voor andere doeleinden dan voor de uitvoering van de belastingwet en ongeautoriseerde toegang tot informatiesystemen is aangemerkt als een mogelijke integriteitsschending.6 Het is van een zodanig belang dat overtreding van de geheimhoudingsplicht, naast een mogelijke strafrechtelijke sanctie, al snel zal leiden tot het in overweging nemen van de disciplinaire maatregel van strafontslag.7 Anders dan bij strafrechtelijke vervolging is voor het opleggen van een disciplinaire maatregel niet vereist dat sprake is van (voorwaardelijke) opzet; ook bij een culpoze schending van de geheimhouding kan een disciplinaire norm worden overschreden.8 Bij samenloop kan een disciplinaire maatregel een strafverminderende omstandigheid zijn voor de strafrechter.9 Voor Belastingdienstmedewerkers geldt dat een vermoeden van schending van de geheimhouding moet worden gemeld aan het management van de Belastingdienst.10 Overigens kunnen ook degene wiens gegevens het betreft of derden een melding maken bij de Belastingdienst. Omdat de fiscale geheimhoudingsplicht ook geldt voor het doorgeven van informatie door de Belastingdienst (in zijn hoedanigheid van inspecteur) aan de Belastingdienst (in zijn hoedanigheid van overheidswerkgever) zijn alle medewerkers van de Belastingdienst voor dit doel middels de generieke ontheffing geheimhouding bij plichtsverzuim (2008) doorlopend ontheven van de geheimhoudingsplicht.11 Uit een uitspraak van het Hof van Discipline blijkt dat het ongefundeerd beschuldigen van een inspecteur dat hij doelbewust zijn geheimhouding heeft geschonden (ambtsmisdrijf) niet zonder enig risico is. De tuchtrechter oordeelde dat: “Bij het uiten van zo’n zware en diffamerende beschuldiging mag van een advocaat worden verwacht dat hij zich kan baseren op een of meer concrete feiten die met enige zekerheid de juistheid van die beschuldiging ondersteunen”.12