De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/4.1:4.1 Algemeen
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/4.1
4.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS381876:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. resp. art. 38 lid 1 EEX-Vo en art. 33 lid 1 EEX-Verdrag.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Teneinde een ingevolge art. 33 EEX-Vo erkende buitenlandse beslissing ten uitvoer te leggen moet deze op grond van art. 38 lid 1 EEX-Vo van een verlof van de rechter van de lidstaat van tenuitvoerlegging worden voorzien. Dit in tegenstelling tot de erkenning van een beslissing, omdat de erkenning van een beslissing zonder enige vorm van proces wordt bewerkstelligd. Bij het opstellen van de EEX-Verordening heeft men de exequaturprocedure niet willen afschaffen, maar is slechts beoogd deze procedure ten opzichte van de verdragsregeling te vereenvoudigen.1 Op dit punt bevat de verordening dus geen wijziging ten opzichte van het EEX-Verdrag. In de EEX-Verordening is de structuur van het EEX-Verdrag behouden. Wel zijn er inhoudelijke wijzigingen opgetreden.
In dit hoofdstuk staat de procedure tot verkrijging van een exequatur ingevolge de EEX-regeling centraal. De EEX-Verordening noch het EEX-Verdrag bevatten een uitputtende regeling van deze procedure. In dit hoofdstuk zal eveneens aandacht aan de Nederlandse Uitvoeringswet bij de EEX-Verordening worden besteed.