Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/4.2
4.2 Exequaturverlening
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS379479:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kropholler (2002), p. 429.
Wet van 2 juli 2003 tot uitvoering van de verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG L 12) (Stb. 2003, 290). De wet is op 1 september 2003 in werking getreden (Stb. 2003, 326).
Bijlage II bij de EEX-Verordening jo. art. 3 Verordening (EG) nr. 149612002 van 21 augustus 2002 (Pb EG L 225 van 22 augustus 2002, p. 13).
Stb. 1996, 490.
Burgerlijke Rechtsvordering, Vlas, Verdragen & Verordeningen, EEX-Verordening, Art. 34, aant. 1.
In art. 38 EEX-Vo is sprake van formele uitvoerbaarheid. De vraag of de beslissing materieel mag worden ten uitvoer gelegd - bijvoorbeeld in verband met het feit dat aan de vordering dan wel aan de veroordeling is voldaan - komt eerst in de fase van het rechtsmiddel of in een executiegeschil aan de orde. Zie ook HvJ EG 29 april 1999, C-267/99, Jur. 1999, p. 1-2543, NJ 2000, 477 (PV), CoursierlForns Bank.
Ingevolge art. 38 lid 1 EEX-Vo kunnen de beslissingen die in een lidstaat zijn gegeven en aldaar uitvoerbaar zijn, in een andere lidstaat ten uitvoer worden gelegd, nadat zij aldaar op verzoek van een belanghebbende partij uitvoerbaar zijn verklaard. Lid 2 van deze bepaling geeft een bijzondere regeling voor het Verenigd Koninkrijk, waarbij een beslissing niet uitvoerbaar wordt verklaard, maar voor de tenuitvoerlegging wordt geregistreerd.
Kropholler meent dat art. 38 tot een 'vermenigvuldiging' van de executoriale titel kan leiden, omdat de schuldeiser in meerdere lidstaten een exequatur kan verzoeken. Zodoende kan de schuldeiser de beslissing in meerdere lidstaten ten uitvoer leggen.1 Dit is mijns inziens in zoverre juist dat het aan de belanghebbende partij vrij staat om in elke lidstaat een exequatur aan te vragen. Of er in meerdere lidstaten een exequatur wordt verzocht, hangt af van de vraag of de beslissing in slechts één lidstaat geheel voldaan kan worden. De theoretische situatie dat een belanghebbende in meerdere landen een exequatur zal aanvragen, zal zich in de praktijk bijna niet voordoen, aangezien het in meerdere lidstaten aanvragen van een exequatur extra kosten met zich brengt. De eventuele 'vermenigvuldiging' is het gevolg van het lokale effect van een exequatur. Op basis van een exequatur kan de geëxequatureerde beslissing slechts ten uitvoer worden gelegd binnen het rechtsgebied van de rechter die het exequatur heeft verleend.
Het verzoek tot exequaturverlening dient gericht te zijn tot een in de Bijlage II bij de EEX-Verordening genoemde instantie. Voor de uitvoerbaarverklaring is het noodzakelijk dat de belanghebbende partij het in de Bijlage V bij de EEX-Verordening opgenomen certificaat overhandigt. De vereisten waaraan het verzoek zelf dient te voldoen worden op grond van art. 40 lid 1 door de lex fori van de bevoegde rechter geregeld.
Overeenkomstig de Nederlandse Uitvoeringswet bij de EEX-Verordening2 wordt het verlof tot tenuitvoerlegging bij een verzoekschrift ingediend door een deurwaarder of procureur. Het verzoek wordt ingediend bij de voorzieningenrechter.3 De bijstand van een deurwaarder of procureur is niet vereist, indien de waarde van de vordering niet hoger is dan het bedrag genoemd in art. 93 onder a Rv. In beginsel dient het verzoek op grond van art. 2 lid 2 van de uitvoeringswet in de Nederlandse taal te worden opgesteld. Ingevolge art. 7 lid 1 Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer4 kan het verzoekschrift desgewenst in het Fries wordt opgesteld.
Het exequatur wordt verleend indien voldaan wordt aan de vereiste formaliteiten. Ingevolge art. 53 EEX-Vo moet een expeditie van de te exequatureren beslissing worden overgelegd. Tevens moet het genoemde certificaat worden overhandigd. De vereiste formaliteiten mogen slechts aan de hand van deze twee stukken worden getoetst. Het verzoek mag alleen worden afgewezen indien niet aan deze formaliteiten is voldaan. Wordt niet voldaan aan de formaliteiten, bijvoorbeeld bij het ontbreken van een expeditie van een beslissing, dan kan de aangezochte rechter op grond van art. 55 alsnog een termijn stellen voor het aanvullen van de ontbrekende documenten. Het lijkt mij onvoorstelbaar dat een partij die om een verlof tot tenuitvoerlegging van een beslissing vraagt, deze documenten niet zou overleggen.
De exequaturverlening op basis van de EEX-Verordening zal mijns inziens alleen geweigerd kunnen worden in twee situaties. Ten eerste, indien de ten uitvoer te leggen beslissing niet onder het materiële toepassingsgebied van de EEX-Verordening valt. Wordt niet aan art. 1 EEX-Vo voldaan, dan is deze regeling immers niet van toepassing en kan ook geen exequatur op basis van deze regeling worden verleend.5 Ten tweede, indien sprake is van een beslissing die in het land van herkomst nog niet uitvoerbaar is. Art. 38 vereist immers dat er sprake is van een in de lidstaat van herkomst uitvoerbare beslissing. Dit gegeven blijkt ook uit het certificaat.6 De toetsing aan de weigeringsgronden is ingevolge art. 41 lid 1, eerste zin, niet toegestaan. Dit kan ertoe leiden dat zelfs op een beslissing die niet voldoet aan de vereisten van het 'fair trial' dan wel in strijd is met de openbare orde van de lidstaat van tenuitvoerlegging, een exequatur moet worden verleend.
Nadat de rechter op het verzoek tot exequaturverlening heeft besloten, wordt de beslissing ingevolge art. 42 lid 1 onverwijld aan de verzoeker bekendgemaakt. De bekendmaking geschiedt volgens het recht van de exequaturrechter. De Nederlandse Uitvoeringswet geeft alleen aan hoe de inwilliging van het verzoek dient te worden verricht. De wet bevat geen bijzondere regels omtrent de bekendmaking daarvan. In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat de beslissing per gewone brief gezonden kan worden naar het - gekozen - adres van de verzoeker.7 Ingevolge het tweede lid van art. 42 wordt de beslissing inhoudende de exequaturverlening aan de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is verzocht, betekend of medegedeeld, tezamen met de ten uitvoer te leggen beslissing zelf, voorzover dit nog niet is geschied. Voor het verkrijgen van een exequatur is het niet noodzakelijk dat de verzoeker aantoont dat de ten uitvoer te leggen beslissing aan de wederpartij reeds is betekend of medegedeeld. Hierdoor wordt het 'verrassingseffect' gewaarborgd. Indien de wederpartij reeds op de hoogte van de beslissing zou zijn en mede gezien het feit dat het verkrijgen van een exequatur enige tijd in beslag kan nemen, zou deze de tijd hebben om haar vermogen te 'verduisteren'. Onder het EEX-Verdrag dient de verzoeker tegelijkertijd met het verzoek tot tenuitvoerlegging aan te tonen dat de ten uitvoer te leggen beslissing overeenkomstig het recht van de staat van herkomst aan de verweerder is betekend (art. 33 lid 3 jo. art. 47 lid 1 EEX-Verdrag).