Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.3.2.1:6.3.2.1 Inleiding
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.3.2.1
6.3.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS346740:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 6.2.2 heb ik een first-best voorstel gedaan waarin geen plaats (meer) is voor een voorwaardelijke vrijstellingsfaciliteit voor de schenk- en erfbelasting voortvloeiende uit de verkrijging van ondernemingsvermogen. Het overheidsingrijpen moet worden beperkt tot een invorderingsfaciliteit. Ook is in mijn first-best voorstel geen invorderingsfaciliteit opgenomen voor de schenking van ondernemingsvermogen. Voor mijn second-best voorstel geldt dat het uitgangspunt is de huidige faciliteiten te behouden, tenzij de toetsing in hoofdstuk 5 aanleiding geeft tot het laten vervallen van een faciliteit.
In paragraaf 6.3.2.2 wordt ingegaan op de vraag of het aanvaardbaar is in het second-best voorstel nog een voorwaardelijke vrijstellingsfaciliteit op te nemen. En zo ja, welke aanpassingen moeten worden gedaan aan de huidige faciliteit om te komen tot een verbetering van de toetsingsresultaten.
Dit geldt in overeenkomstige zin voor de in art. 25, twaalfde, IW 1990 opgenomen invorderingsfaciliteit (paragraaf 6.3.2.3). In paragraaf 6.3.2.4 wordt ingegaan op de vraag of een faciliteit moet worden toegekend aan de verkrijger van een onderbedelingsvordering en zo ja, wat voor soort faciliteit.