Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/5.5.2.3
5.5.2.3 Wat zijn het dan wel?
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS613681:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser-Mijnssen-De Haan 2006, nr. 3 e.v. Eveneens verwijs ik naar de daar genoemde jurisprudentie waaruit blijkt dat bepaalde afgegeven vergunningen als vermogensrechten worden aangemerkt en Snijders/Rank-Berenschot 2007, nr. 29.
Wanneer men door de oogharen naar dit (vermogens)recht kijkt, dan zou het wat weg kunnen hebben van een kwalitatief recht (artikel 6:251 BW), dan wel lijkt het een gelijkenis te kunnen vertonen met een afhankelijk recht (artikel 3:7 BW).
Zie in dit verband Van der Heijden 1998, p. 14: Elektriciteit wordt in lid 3 (= artikel 7:5, derde lid BW: Bi) niet genoemd. Veelal wordt aangenomen dat elektriciteit geen zaak is omdat het niet stoffelijk is. In ieder geval is het geen vermogensrecht (cursivering: Bi) zodat elektriciteit dan geen onderwerp van een (consumenten)koop zou kunnen zijn.
Als de elementen radiogolven en frequentieruimte niet als een zaak kunnen worden beschouwd, dan zouden deze elementen wellicht nog als een vermogensrecht kunnen worden beschouwd. Volgens artikel 3:6 BW zijn vermogensrechten, rechten die hetzij afzonderlijk, hetzij samen met een ander recht, overdraagbaar zijn of ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen of wel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel. Volgens de parlementaire geschiedenis is in genoemd artikel echter geen limitatieve opsomming gegeven van vermogensrechten. Zo kan bijvoorbeeld ook gesproken worden van een vermogensrecht als dit niet overdraagbaar is (zoals het recht van gebruik en bewoning). Ook aan het administratief recht ontleende bevoegdheden die een zekere geldswaarde vertegenwoordigen (vergunningen e.d.) kunnen als vermogensrechten worden beschouwd.1 Gelet op dit laatste aspect zal het (recht op) gebruik van de toegewezen frequentieruimte inclusief het verzenden van radiogolven (data), wat vastgelegd is in de door AT afgegeven vergunning(svoorschriften), als een vermogensrecht kunnen worden aangemerkt en dus (inderdaad) vermogensrechtelijke betekenis kunnen hebben in de rechtspraktijk.
Wanneer men overigens de twee elementen niet met elkaar zou vereenzelvigen, dan is (nog steeds) verdedigbaar dat de toegewezen frequentieruimte als een vermogensrecht kan worden beschouwd.2 Voor de radiogolven (sec) zal deze conclusie dan niet zo snel getrokken kunnen worden, omdat zonder die toegekende ruimte in het luchtruim de radiogolven geen (beschermingswaardige) basis of status hebben. In die situatie zullen de radiogolven enkel nog als een natuurlijk verschijnsel of energie kunnen gelden en niet als voorwerp van een vermogensrecht kunnen worden aangemerkt.3 De nieuwe eigendomsregeling ziet dan ook niet op radiogolven en de frequentieruimte omdat het geen zaken zijn die nagetrokken kunnen worden door de grond waarin, waarop of waarboven ze 'gelegen' zijn. Radiogolven en de frequentieruimte kunnen wel een onderdeel (maar geen bestanddeel) zijn van een net dat voor de rest beheerst wordt door artikel 5:20, tweede lid BW.