Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/7.7:7.7 Afsluiting
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/7.7
7.7 Afsluiting
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943390:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regulering van uitbesteding van werk is complex. Met de ontwikkeling van de gerechtvaardigd personeelsbeleid-toets is beoogd aan die complexiteit vorm te geven, door elk van de mogelijke overwegingen die bij uitbesteding van werk een rol spelen in de toetsing tot zijn recht te laten komen. De toets heeft geleid tot concrete aanbevelingen tot aanpassing van de huidige wet- en regelgeving teneinde de regulering van de huidige verschijningsvormen van uitbesteding van werk te verbeteren. Ook gaf het op abstracter niveau inzicht in de factoren die mogelijk indiceren of ongelijke behandeling een gerechtvaardigd personeelsbeleid van de intermediair kan zijn. Daarmee kan de gerechtvaardigd personeelsbeleid-toets de overheid en de praktijk in staat stellen gemakkelijker in te spelen op eventuele nieuwe verschijningsvormen van uitbesteding van werk. De kennis van deze factoren biedt voor toekomstige ontwikkelingen, zoals nieuwe uitbestedingsvormen die zich ongetwijfeld in de praktijk zullen voordoen, enige mate van voorspelbaarheid. Zo is het mogelijk bij (het ontwikkelen van) nieuwe verschijningsvormen enigszins te anticiperen op wat wel en niet zal of moet worden toegestaan. Zodra zich in de toekomst nieuwe verschijningsvormen voordoen, kan de gerechtvaardigd personeelsbeleid-toets een duidelijk kader bieden waarmee direct aan de slag gegaan kan worden om tot een beleid ten aanzien van deze vormen te komen.
Het toetsingskader en de daaruit voortgekomen aanbevelingen vertonen overeenkomsten met een aantal in de praktijk gedane adviezen en door de overheid aangekondigde plannen. Toch zijn er wel een aantal duidelijke verschillen. Deze komen vooral voort uit het feit dat bepaalde belangen van hetzij de intermediair, hetzij de uiteindelijk begunstigde of de arbeidskrachten minder of niet meegenomen lijken te worden in deze adviezen en plannen. Dit levert het risico op dat bepaalde partijen onevenredig hard geraakt worden bij doorvoering van de wijzigingen die in de adviezen en plannen worden voorgesteld. De kans is ook aanwezig dat wijzigingen zo hun doel voorbij schieten. De toetsing op een gerechtvaardigd personeelsbeleid dwingt als het ware tot inzicht in de verschillende belangen die door een maatregel geraakt worden. Dat kan duidelijk maken wanneer voor een lichtere of juist zwaardere maatregel gekozen moet worden of wanneer geheel moet worden afgezien van wijzigingen. Daarmee heeft het hanteren van een toetsingskader, zoals de gerechtvaardigd personeelsbeleid-toets, de potentie om in de regelgeving ten aanzien van de uitbesteding van werk en in de onderbouwing van die regelgeving consistentie aan te brengen of te vergroten.