Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/3.3.1
3.3.1 Algemeen
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS444755:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Bij de bevoegdheid ten aanzien van het uitnodigen tot het doen van aangifte beschikt de Belastingdienst/inspecteur over een zekere discretionaire bevoegdheid die door de rechter op marginale wijze wordt getoetst. Zie: Gerechtshof Amsterdam 19 februari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:977, NTFR 2015/1369.
De inspecteur dient ook degene die daarom verzoekt, uit te nodigen tot het doen van aangifte (artikel 6, lid 2, AWR). Deze bepaling is vooral van belang voor belastingplichtigen in verband met het verkrijgen van een teruggaaf. Daarnaast houdt deze bepaling verband met de hierboven beschreven verplichting voor degenen die een materiële belastingschuld hebben, maar die niet door de inspecteur zijn uitgenodigd tot het doen van aangifte. Zij moeten de inspecteur daar alsnog om verzoeken.
In de AWR is een afzonderlijk hoofdstuk gewijd aan de aangifte. Dit betreft hoofdstuk II AWR. Het eerste wetsartikel van dat hoofdstuk regelt al sinds de invoering van de AWR dat de Belastingdienst primair het initiatief neemt om degene die naar zijn mening vermoedelijk belastingplichtig is uit te nodigen om aangifte te doen (artikel 6 AWR).1 Daarnaast is degene die belastingplichtig is, maar die niet door de inspecteur is uitgenodigd, verplicht om de inspecteur te verzoeken alsnog door hem te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte (artikel 6, lid 3, AWR en artikel 2, lid 1, Uitvoeringsregeling AWR).2 Bij dit alles wordt geen onderscheid gemaakt tussen aangiften voor een aanslag- dan wel een aangiftebelasting. Deze bepalingen zijn dus gelijk voor de twee heffingsmethoden.
Op het vlak van de aangifte zijn echter wel een aantal deelonderwerpen te onderscheiden waarop de heffingsmethoden onderling kunnen worden vergeleken. Dat zijn achtereenvolgens: de functie van de aangifte bij het bepalen van de belastingschuld, de wijze waarop aangifte moet worden gedaan, de hoeveelheid in te vullen gegevens en ten slotte de termijn voor het doen van aangifte. Deze onderwerpen behandel ik in de volgende vier paragrafen. Verder sta ik nog kort stil bij de verzwaring van de bewijslast. Ik sluit af met een tussenanalyse.