Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.5.1:9.5.5.1 Inleiding
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.5.1
9.5.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579945:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Groot 2008, p. 29.
De Groot 2008, p. 214.
Zie ook McChesney 1998, p. xii.
Greenfield & Olinsky 1984.
Zie bijvoorbeeld Badal, Slizewski & Kinrich 2001, p. 1.
The econoom gebruikte een economisch model 'to construct a hypothetical market which was not grounded in the economic reality of the stem drive engine market, for it ignored inconvenient evidence', aldus Judge Diana Murphy in Concord Boat Corp. v. Brunswick Corp., 207 F.3d 1039 (8t
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Verenigde Staten van Amerika is de aandacht voor de economisch deskundige in mededingingszaken reeds lange tijd aanwezig. Ondanks de verschillen die bestaan tussen de situatie in de Verenigde Staten en Nederland, kunnen de in de Verenigde Staten geldende regels en jurisprudentie instructief zijn voor de wijze waarop in Nederland en Europa dient te worden omgegaan met deskundigenbewijs. In deze paragraaf (§ 9.5.5) behandel ik een aantal in de Amerikaanse rechtspraak ontwikkelde gezichtspunten die de Nederlandse rechter en procespartijen behulpzaam kunnen zijn bij de waardering van deskundigenbewijs. Bij deze bespreking is het wel van belang te beseffen dat de rechtsverhouding tussen partijen, rechter en deskundige in de Verenigde Staten over het algemeen een wat ander karakter heeft dan op het continent.1 Deskundigenbewijs kan in de Verenigde Staten veel meer dan in Europa in de context van een partijstandpunt staan. Zo is het in veel gerechten mogelijk dat een partij zichzelf als deskundige kan doen horen.2
In de Verenigde Staten is de inzet van economische expertise in de afgelopen dertig jaar sterk toegenomen.3 Keerpunt van deze toegenomen inzet van economisch deskundigen in de rechtspleging is dat de economisch deskundige meer bezig is met het procesbelang van de partij waarvoor hij of zij is ingezet dan met de wetenschappelijke 'waarheid'. Reeds in 1984 verscheen voor de American Bar Association een werk van Greenfield en Olinsky getiteld 'The Use of Economists in Antitrust Litigation'.4In literatuur en praktijk is duidelijk het besef aanwezig dat 'the opinion testimony of expert economists' in antitrustzaken vaak het verschil tussen winst en verlies uitmaken.5 Het bewijs in bijna alle mededingingszaken is afhankelijk van economisch-deskundigen. Zo werd in Arkansas in juni 1998 door 21 onafhankelijke scheepsbouwers een anti-trust zaak gewonnen tegen Brunswick Corporation, een fabrikant en verkoper van binnenboordmotoren voor motorboten. Er werd een bedrag van 140 miljoen dollar toegewezen aan de 21 onafhankelijke bootbouwers. De advocaten van de 21 onafhankelijke bootbouwers hadden de zaak voornamelijk gefundeerd op een verklaring van een hoogleraar economie van Stanford University (Larry Lessig). Deze deskundige was van mening dat Brunswick een marktaandeel van 78 % had en betrokken was bij mededingingsbeperkend gedrag. De toegenomen marktmacht die Brunswick had verkregen door het opkopen van twee bootbouwers werd gebruikt om de handel te beperken. Uiteindelijk gevolg was dat Brunswick meer kon vragen voor de motoren dan onder normale omstandigheden het geval zou zijn geweest. In hoger beroep vernietigde de rechter het vonnis van de federale rechtbank, voornamelijk wegens het feit dat de verklaring van de hoogleraar nooit had mogen worden toegelaten omdat de deskundige relevante gegevens (data) en publicaties veronachtzaamde.6 Een voorbeeld van een zaak waarin de verklaring van een deskundige uiteindelijk het verschil kan uitmaken tussen 140 miljoen dollar of helemaal niets.