Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.5.2
9.5.5.2 Uitsluitingsregels
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS575199:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Broeders 2003, p. 38 e.v.; Freckelton 1987, p. 18.
Meintjes-Van der Walt 2001, p. 147; Broeders 2003, p. 38.
Vgl. in Engeland de zaak R. v. Turner (1975) I QB 834 841.
Broeders 2003, p. 39.
Broeders 2003, p. 39.
Broeders 2003, p. 41-42.
Broeders, 2003, p. 49-50. Vgl. het in de Verenigde Staten geldende verbod op hearsay evidence, dat niet alleen voor getuigen geldt, maar ook voor deskundigen.
Vgl. rule 802 van de Federal Rules of Evidence: 'Hearsay is not admissible except as provided by these rules or by other rules prescribed by the Supreme Court pursuant to statutory authority or by Act of Congress.' In Engeland is de hearsay-regel in het privaatrecht afgeschaft.
Bij de vraag of de expertise van een deskundige toelaatbaar is, spelen traditioneel gezien de volgende ongeschreven uitsluitingsregels een rol: de common knowledge rule, de field of expertise rule, de ultimate issue rule en de basis rule.1Het ontstaan van deze uitsluitingsregels wordt wel verklaard door de juryrechtspraak in het Anglo-Amerikaanse recht.2 De vermeende beperkte capaciteiten van juryleden om onderscheid te kunnen maken tussen betrouwbaar (deskundigen)bewijs en onbetrouwbaar (deskundigen)bewijs speelt hierbij een rol.
a. De 'common knowledge rule'
Met de common knowledge rule wordt bedoeld dat kennis die algemeen bekend mag worden, geen toelichting door een deskundige behoeft. Dergelijke kennis hoeft dan ook niet door een deskundige in het geding te worden gebracht.3 Bij de common knowledge rule kan zich het gevaar voordoen dat rechters en een eventuele jury gevoelig kunnen zijn voor vooroordelen en misverstanden. Broeders wijst in zijn dissertatie terecht op het feit dat wat 'iedereen' weet niet per definitie juist is.4 Daarbij wijst hij ook op het feit dat het menselijk vermogen tot logisch redeneren niet altijd sterk is ontwikkeld. In een mededingingsprocedure kan daarbij ook gedacht worden aan 'ongecijferdheid' of het onvermogen om met getallen om te gaan.5
b. De 'field of expertise rule'
Bij de field of expertise rule gaat het om het feit dat de deskundigheid van de expert valt te relateren aan een bepaald deskundigheidsgebied. Zo wijst Broeders op het feit dat niet altijd duidelijk is of de expertise waarover de deskundige zegt te beschikken als zodanig kan worden aangemerkt en of de deskundige de expertise in voldoende mate bezit.6 Denk aan methoden en technieken die nieuw zijn, onbekend zijn of waarvan de waarde nog niet is aangetoond.
c. De 'ultimate issue rule'
De ultimate issue rule is bedoeld om te voorkomen dat de deskundige op de stoel van de rechter of jury gaat zitten. Voorkomen moet worden dat de deskundige een antwoord geeft op de centrale vraag. In strafzaken zal het dan gaan om de vraag of de verdachte heeft gedaan of nagelaten wat hem ten laste wordt gelegd. Bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht zal het veelal gaan om de vraag of er sprake is van een toerekenbare onrechtmatige daad als gevolg van een schending van het mededingingsrecht. Regel 704 van de Federal Rules of Evidence lijkt de ultimate issue rule af te schaffen. Regel 704 luidt:
'(a) Except as provides in subdivision (b), testimony in the form of an opinion or inference otherwise admissible is not objectionable because it embraces an ultimate issue to be decides by the trier of fact.'
d. De 'basis rule'
De strekking van de basis rule houdt in dat duidelijk moet zijn waarop de deskundige zijn mening baseert. De deskundige behoort de rechter zoveel mogelijk inzicht te geven in de vraag wat het eigen werk van de deskundige is en wat het aandeel van derden in de totstandkoming van zijn of haar conclusies is. De deskundige moet zijn of haar bronnen dan ook expliciet vermelden.7 Vergelijk het in de Verenigde Staten ook in het civiele recht geldende verbod op hearsay evidence, dat niet alleen voor getuigen geldt, maar ook voor deskundigen.8