Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.1.1.4:5.1.1.4 Verschillen in taakopvatting
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.1.1.4
5.1.1.4 Verschillen in taakopvatting
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180306:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
S1.
Z6.
T1.
S8.
S9.
S7.
Slechts 5 van de 17 juristen noemen ‘de asielzoeker de gelegenheid bieden zijn verhaal te doen’ of ‘de asielzoeker op zijn gemak stellen’ als taak, tegenover 17 van de 21 niet-juristen.
S11.
Z1.
T2.
1 van de 8 medewerkers met minder dan 2 jaar ervaring noemt ‘de relevante informatie verzamelen’ , ten opzichte van 15 van de 29 medewerkers met meer dan 2 jaar ervaring.
T2.
S10.
S10.
T10.
T8.
S1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Veruit het grootste deel van de hoormedewerkers zegt tijdens het gehoor meerdere taken te vervullen. Deze taken lopen uiteen van het zoeken naar de waarheid, tot het vertegenwoordigen van de Nederlandse overheid. In de volgende paragrafen beschrijf ik de meest opvallende verschillen. De geconstateerde verschillen in taakopvatting tussen verschillende groepen medewerkers zijn meestal niet binair, maar vaker een kwestie van gradatie. Verschillende groepen medewerkers leggen vooral andere accenten. Ik heb weinig verschillen gevonden tussen locaties of verschillen die afhangen van het geslacht van de hoormedewerker. Wel zijn er opvallende verschillen tussen medewerkers met veel en met weinig ervaring en tussen medewerkers met een juridische en met een niet-juridische achtergrond. In de onderstaande paragrafen beschrijf ik de meest genoemde opvattingen en de meest opvallende verschillen.
Verschil 1: het faciliteren van de asielzoeker versus het in dienst staan van de besluitvorming
Een eerste verschil is dat een deel van de hoormedewerkers zich vooral richt op het formele besluitvormingsproces, terwijl een ander deel zich nadrukkelijk richt op meer sociale aspecten van het gehoor. Een aanzienlijk deel van de hoormedewerkers ziet het vooral als hun taak om de asielzoeker te faciliteren en te begeleiden om zijn verhaal zo goed mogelijk te vertellen. Zo vertelde een medewerker dat ze het belangrijk vindt:
R: […] dat je mensen goed de gelegenheid biedt om hun verhaal te vertellen. Dat het […] duidelijk is dat zij hun verhaal bij mij kunnen vertellen en dat ze zich bij mij op hun gemak voelen. Dat wil ik graag van te voren vaststellen […] [Ik wil] ook volledig zijn. Alles wat ze willen vertellen moet dus opgeschreven worden.1
Een ander medewerker vertelt dat zij het vooral belangrijk vindt dat ze ‘echt contact’ maakt met de persoon tegenover haar en om nadrukkelijk aandacht te besteden aan de mentale toestand van de asielzoeker.2 Weer een andere medewerker noemt het belangrijk om ‘respectvol’ om te gaan met de asielzoeker en om ‘een veilige setting en vertrouwen te creëren’, ‘te laten zien dat je je best doet’ en met de asielzoeker ‘samen te werken’ als belangrijke doelstellingen tijdens het gehoor.3 Een zeer ervaren medewerker verwoordt dit als volgt:
R: Als hoormedewerker ben je het visitekaartje van de IND. Je vertegenwoordigt de overheid en je moet met iemand het beste voorhebben.4
Er zijn ook hoormedewerkers die dergelijke sociale aspecten niet noemen tijdens mijn interviews, of –wat vaker voorkwam- hier in veel mindere mate de nadruk op leggen. Zij vertellen vooral over hun verantwoordelijkheid in het besluitvormingsproces. Onderstaande medewerker legt het als volgt uit:
I: Hoe zou je de rol van een hoormedewerker beschrijven?
R: Geen meerkeuze?
I: Nee, het is een open vraag.
R: Nou ja, laten we even uitgaan van het nader gehoor. Dat [mijn taak] is proberen de feiten boven water te krijgen, zodat de beslisser daar een oordeel over kan geven. Dus alles verzamelen wat nodig is voor de vaststelling van de feiten en ook de zaken die van belang zijn voor het beleid. Valt iemand binnen een speciale categorie waarvoor in het beleid iets speciaals geregeld is? Alle elementen moeten dus aanwezig zijn, zodat een beslissing genomen kan worden.
I: Is dat de enige rol van de hoormedewerker?
R: Ja.5
De groep medewerkers die meer sociale aspecten benoemt, ziet het vaker als hun taak om het verhaal van de asielzoeker zo goed mogelijk op papier te krijgen. Hoormedewerkers die hun rol vooral in dienst vinden staan van de besluitvorming, nemen vaker een meer kritische houding aan ten aanzien van de (verklaringen van de ) asielzoeker. Ze zijn tijdens het gehoor meer expliciet bezig om te onderzoeken of de verklaringen van de asielzoeker waar zijn. Een medewerker op Schiphol verwoordt het als volgt:
R: [De rol van een hoormedewerker] houdt [het midden] tussen dat je enerzijds een soort vertrouweling bent van iemand. Dat je zegt ‘vertel het me maar’. Maar dat je daarnaast ook altijd, niet echt als politie maar wel soort van, een bepaalde achterdocht hebt. Dat je denkt ‘klopt dit wel’. Dat je gaat rechercheren van ‘Hoe zit dit dan? Hoe zit dat dan’?6
Opvallend is dat vooral de niet-juridisch opgeleide medewerkers het specifiek als hun taak benoemen om de asielzoeker tijdens de gehoren op zijn gemak te stellen en hem de gelegenheid te bieden om zijn verhaal zo volledig mogelijk te laten vertellen.7 De juridisch opgeleide medewerkers noemen vooral zaken als ‘zorgen dat de relevante informatie wordt verzameld’, het aannemen van een ‘objectieve en neutrale houding’ en ‘ervoor zorgen dat de beslismedewerker de juiste informatie heeft om op de aanvraag te beslissen’. Dit wil overigens niet zeggen dat niet-juridisch opgeleide medewerkers de verantwoordelijkheid die ze dragen voor het besluitvormingsproces minder vaak noemen dan de juridisch geschoolde medewerkers. Wel duidt het verschil er mogelijk op dat de geïnterviewde niet-juridisch geschoolde hoormedewerkers er over het algemeen een bredere taakopvatting op nahouden. Zij zijn actiever bezig met het zoeken naar een balans tussen hun verantwoordelijkheid ten opzichte van het besluitvormingsproces en hun faciliterende rol. Overigens denk ik niet dat de juridisch geschoolde medewerkers zich niet inspannen om de asielzoeker op zijn gemak te stellen of hem in staat te stellen om zijn verhaal aan papier toe te vertrouwen. Tijdens de gehoren die ik heb geobserveerd is mij dit in ieder geval niet opgevallen. Zij benoemen dit echter minder vaak expliciet als hun taak.
Slechts een paar hoormedewerkers noemen ‘waarheidsvinding’ expliciet als hun taak tijdens het gehoor. Iets meer hoormedewerkers noemen het onderzoeken van de geloofwaardigheid van de verklaringen van de asielzoeker. De respondenten die het onderzoeken van de geloofwaardigheid als taak noemen, vertellen dat ze zich tijdens het gehoor bij alles wat de asielzoeker verklaart, afvragen of zijn verklaringen consistent en plausibel zijn.
Verschil 2: Aanhoren versus sturend optreden
Een tweede verschil tussen hoormedewerkers is de mate waarin ze regie zeggen te voeren over het gehoor. Verschillende hoormedewerkers omschrijven hun rol in de gehoren als ‘gespreksleider’ of ‘regisseur’:
I: Zou je in het kort kunnen toelichten hoe jij de rol van de hoormedewerker ziet? Wat is zijn rol in de procedure?
R: Nou de rol van de hoormedewerker is om zo objectief mogelijk het verhaal op papier te zetten, waarbij hij of zij de asielzoeker begeleidt in het verstrekken van informatie die nodig is voor de beslissing. Daarbij heeft de hoormedewerker een bepaalde regisseursfunctie. Je mag niet van iemand verwachten dat hij al weet wat hij allemaal moet vertellen, dus dat is een proces wat je samen doorgaat. Dan is het de bedoeling dat die hoormedewerker uiteindelijk iets op papier heeft gezet, waar de vreemdeling in dit geval volledig achterstaat en wat voldoende is om een beslissing op te kunnen nemen, waarin […] alle onderdelen duidelijk zijn.8
De hoormedewerker voert een bepaalde mate van regie over het gehoor om er zeker van te zijn dat het gehoor over de juiste onderwerpen gaat. In welke mate zij tijdens het gehoor de regie bepalen, laten de meeste hoormedewerkers afhangen van het gedrag van de asielzoeker en de inhoud van zijn verklaringen. Als de asielzoeker uit zichzelf veel vertelt dat volgens de hoormedewerker ook relevant is, zeggen de meeste van hen weinig vragen te stellen. Zij laten dan de asielzoeker zijn relaas doen zonder hem te onderbreken. Als de asielzoeker echter verklaart over zaken die volgens de hoormedewerker niet relevant kunnen zijn voor de asielaanvraag, zeggen de meeste ervaren hoormedewerkers dat ze zullen proberen de asielzoeker tot de kern van zijn relaas te bewegen. Bijvoorbeeld door korte gerichte vragen te stellen, of door de asielzoeker uit te leggen naar welke informatie zij op zoek zijn.
I: Als andere mensen aan jou vragen: ‘wat is belangrijk bij het horen?’ Wat zou je dan zeggen?
R: Wat ik belangrijk vind is dat je zelf wel sturing geeft waar nodig. Dat je je niet laat leiden door wat degene aan de andere kant van de tafel te vertellen heeft, maar daar een sturing aan geeft. Als iemand bijvoorbeeld heel veel uitweidt, dan stuur je hem naar de kern. Als iemand met drie zinnen klaar is, stuur je hem naar het hele verhaal. En ik vind ook als wij tegen iemand zeggen: doe je verhaal maar, en vervolgens gaat het verhaal maar door en door en wij zitten maar te typen. Dat is ook niet de bedoeling van een nader gehoor. 9
Het regisseren van het gehoor houdt volgens een deel van de hoormedewerkers ook in goed op te letten op de mentale en fysieke toestand van de asielzoeker:
I: Wat vind je belangrijk aan de manier waarop je het gehoor doet?
R: Dat de asielzoeker zoveel mogelijk vertelt. Hoewel je sommige mensen ook juist moet afremmen, die willen veel te veel vertellen. Maar in ieder geval respectvol met de asielzoeker omgaan, zodat ik alle vragen kan stellen en hij alles kan vertellen wat hij wil vertellen. Daarnaast ook kijken hoe de asielzoeker erbij zit. Meestal weet je wel of er iets medisch speelt. Daar hou je ook rekening mee. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat iemand zegt: ik kan wel door, ik kan wel door, terwijl je ziet dat die persoon heel erg moe is. Zo iemand moet je in bescherming nemen. Maar soms zie je ook wel dat een asielzoeker heel enthousiast is en van alles wil vertellen dat er eigenlijk niet toe doet, dat moet je dan wel afremmen. 10
Veel van de meest ervaren medewerkers benadrukken dat zij het als hun taak zien om vooral de relevante informatie te verzamelen.11 Minder ervaren medewerkers noemen vaker het sec ‘opschrijven’ van het verhaal van de asielzoeker. Tijdens mijn aanwezigheid op de IND kantoren viel het me op dat nieuwere medewerkers vaak veel langer bezig waren met hun gehoren, dan medewerkers met meer ervaring. Ze hadden moeite om een gehoor binnen de gestelde termijn van één werkdag af te ronden. Volgens de meer ervaren medewerkers kan dit deels worden verklaard doordat de nieuwe medewerkers geen besliservaring hebben. Het is voor nieuwe medewerkers daardoor moeilijker in te schatten welke informatie van belang is voor het besluit op de aanvraag. Dit beïnvloedt niet alleen de tijdsduur van het gehoor, maar kan ook van invloed zijn op de kwaliteit daarvan. Een meer ervaren medewerker zei hierover:
R: Wat je de laatste tijd wel merkt. En het zijn natuurlijk wel extreme tijden geweest, maar goed, ze zeggen dat het voorlopig zo gaat blijven. […] Heel veel gehoren zijn gewoon onder de maat. Dat kun je de mensen niet verwijten, het zijn gewoon uitzendkrachten en ze hebben de ervaring en de kennis niet. En ik denk ook wel eens dat ze de tools niet hebben om een goed gehoor neer te zetten als mensen geen antwoord geven. Ze kunnen niet goed doorvragen. Soms hebben ze niet eens in de gaten dat ze niet de informatie krijgen waarom ze vragen.12
Een reden waarom meer ervaren medewerkers meer sturend optreden dan medewerkers met minder ervaring is dat nieuwe medewerkers het vaak nog spannend vinden om een asielzoeker te onderbreken. Minder ervaren medewerkers zeggen zich zorgen te maken de asielzoeker te schofferen, of hem uit zijn verhaal te halen. Ook zeggen ze dat ze nog niet zo goed kunnen inschatten of wat de asielzoeker vertelt, relevant kan zijn voor de beslissing. Dit beeld wordt bevestigd door mijn observaties tijdens de gehoren en in interviews met meer ervaren medewerkers, die duidelijk meer controle uitoefenden over het gesprek.
Een reden waarom veel van de minder ervaren hoormedewerkers niet goed kunnen inschatten of wat de asielzoeker vertelt relevant gaat zijn, is dat zij (nog) niet zijn opgeleid als beslismedewerker. Een ervaren medewerker vertelde me dat zij tijdens haar interne opleiding eerst is opgeleid als beslismedewerker voordat ze begon met horen, wat volgens haar ook de juiste volgorde is. Ze zegt daarover:
R: Wij zijn begonnen met beslissen en daarna met horen, wat ik ook de juiste volgorde vind. […] de mensen die nu van extern komen, die horen in het wilde weg. Die zitten daarom soms ook tot 20:00 uur hier. Snap je? Dan lees je het gehoor en denk je: ik kan hier niets mee.13
Het hebben van besliservaring stelt hoormedewerkers naar eigen zeggen dus in staat om het gehoor op een effectievere wijze uit te voeren. Hierbij ligt volgens sommige respondenten wel het gevaar op de loer dat er naar een bepaalde beslissing wordt ‘toegehoord’. Met ‘toehoren’ bedoelen zij dat een hoormedewerker op basis van subjectieve vermoedens uitsluitend vragen stelt over zaken die kunnen bijdragen aan een inwilliging dan wel een afwijzing van de aanvraag, afhankelijk van welk vermoeden de hoormedewerker heeft. Wanneer een hoormedewerker bijvoorbeeld niet gelooft dat een asielzoeker de nationaliteit heeft die hij stelt te hebben, kan hij ervoor kiezen om een groot aantal moeilijk te beantwoorden herkomstvragen te stellen, terwijl hij wellicht veel eenvoudiger te beantwoorden herkomstvragen zou stellen op het moment dat hij de asielzoeker wel zou geloven. Ik leg deze door meer respondenten genoemde kritiek voor aan de hierboven geciteerde medewerker:
I: En waarom zeggen ze dat dan [dat er wordt toegehoord naar een beslissing]? R: Omdat ze vinden dat je misschien, niet onbevooroordeeld aan het horen bent. Dat is niet waar.
I: Hoe zou jij het dan omschrijven?
R: Ik vind het effectief horen.
I: Ook onbevooroordeeld?
R: Ja.14
Er bestaat volgens deze medewerker dus een verschil tussen bevooroordeeld zijn en op een effectieve wijze ervoor zorgen dat de asielzoeker alleen over de relevante zaken verklaart. De hieronder geciteerde medewerker gaat nog een stapje verder. Hij zegt er geen probleem mee te hebben om het gehoor een bepaalde richting op te sturen. Hij vormt tijdens sommige gehoren al snel een beeld van de asielzoeker en past daarop vervolgens in het verloop van het gehoor zijn vraagstelling aan:
R: Soms is het al wel snel duidelijk. Dat is een beetje hoe ik er zeg maar in sta. Ik ga vooraf niet uit van een afwijzing of een inwilliging, maar ik probeer zo blanco mogelijk erin te gaan en aan de hand van de verklaringen vorm ik een beeld, ga ik een richting op en ga je daar je vragen op sturen.15
Het sturend optreden door hoormedewerkers is een voorbeeld van wat Lipsky een routine noemt. Het stelt hen in staat om op een efficiënte manier het gehoor te volbrengen, binnen de tijd die zij daarvoor hebben. Tegelijkertijd moet de asielzoeker voldoende ruimte krijgen om zijn relaas te doen. De meeste medewerkers die me hierover hebben verteld, zeggen erin te slagen om tussen deze doelstellingen een balans te vinden. Een senior medewerker noemde het kunnen vinden van een dergelijke balans zelfs één van de meest belangrijke eigenschappen waarover een hoormedewerker moet beschikken. Hij nam zelf nauwelijks nog gehoren af, dus ik vroeg hem wat hij hierover zegt tegen de medewerkers die hij begeleidt.
I: Als senior medewerker coach je ook mensen. Wat vind jij de rol van de hoormedewerker? Hoe zou je die beschrijven en wat vind je belangrijk in een gehoor?
R: Allereerst dat ze onbevangen zijn en niet bevooroordeeld. Dat je je daarbij ook verdiept in de wet- en regelgeving. Wat weet je überhaupt van het land?
Goed luisteren naar het verhaal en daar de accenten uit weet te halen die van belang zijn voor de beoordeling. Dus geef iemand de ruimte, maar wees ook kritisch.
I: Ja. Dat klinkt wel dubbel. Aan de ene kant onbevangen, maar aan de andere kant ook weten wat relevant is. Is dat iets wat moeilijk uit elkaar te houden is, of niet?
R: Nou met onbevangen bedoel ik meer dat je er niet van tevoren vanuit moet gaan dat iedere asielzoeker liegt over zijn paspoort. Blijf wel objectief en probeer daar goede vragen over te stellen. Ga daarop door. Iedere aanvraag is weer anders.16
Volgens deze senior medewerker houdt effectiviteit in dat hoormedewerkers alleen vragen stellen over zaken waarvan ze weten dat ze van belang zijn voor de beoordeling, zonder dat ze er bij voorbaat vanuit gaan dat ze weten of de asielzoeker de waarheid spreekt of juist liegt. Om de juiste vragen te kunnen stellen, moeten ze op de hoogte zijn van de feitelijke situatie in het land van herkomst van de asielzoeker en van de toepasselijke wet- en regelgeving.
In de praktijk kan het voor hoormedewerkers moeilijk zijn zowel ‘effectief’ als ‘onbevooroordeeld’ te horen. Toch is dit nodig, omdat de asielprocedure zodanig is ingericht dat het gehoor in beginsel binnen een werkdag moet worden afgerond. Hoormedewerkers krijgen niet betaald voor overuren en willen, net als de meeste werknemers, op tijd naar huis om de kinderen van school te halen of anderszins een sociaal leven te leiden. Een medewerker zei:
R: Ik ga wel altijd op tijd naar huis, dat is het doel dat ik mezelf stel.17