Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.3.11.4
11.3.11.4 De visie van de Staatssecretaris van Financiën als wetsuitvoerder
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491794:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Beleidsbesluit NLF 2021/1057, onderdelen 5.2, 5.3 en 6 (zuivere splitsing) en Beleidsbesluit NLF 2021/1058, onderdelen 5.1 en 6 (afsplitsing). Vgl. ook het Beleidsbesluit NLF 2021/1056, onderdelen 5.2, 5.3 en 6 (bedrijfsfusie) en het Beleidsbesluit NLF 2021/1059, onderdelen 5.1 en 6 (juridische fusie).
Zoals al eerder opgemerkt, gebruik ik het woord aangelegenheden als verzamelterm voor aanspraken, kwalificaties, omstandigheden, latente verplichtingen, sancties, termijnen en overige elementen.
Met betrekking bepaalde fiscale aanspraken geeft de staatssecretaris aan dat deze aanspraken onvoldoende verbonden zijn met een bepaald vermogensbestanddeel. In dat geval is sprake van subjectgebonden aanspraken. Hij geeft echter niet aan welke omstandigheden daarbij bepalend zijn. Zie ook onderdeel 11.3.11.5.
De achtergrond van deze aanspraken en claims is besproken in onderdeel 11.3.4. Zie ook onderdeel 11.3.11.2.
Op diverse plaatsen in de beleidsbesluiten over fiscaal gefaciliteerde splitsingen is de staatssecretaris ingegaan op (de reikwijdte van) de fiscale indeplaatstreding.1 Hij maakt daarbij onderscheid tussen ‘subjectgebonden’ en ‘objectgebonden’ aanspraken en overige aangelegenheden.2 In zijn ogen is de fiscale indeplaatstreding beperkt tot objectgebonden aangelegenheden. De staatssecretaris maakt niet duidelijk aan de hand van welke criteria moet worden vastgesteld of een aangelegenheid subject- of objectgebonden is.3 De volgende aangelegenheden zijn volgens hem subjectgebonden en gaan daarom in zijn visie niet over naar de verkrijger(s):
Aanspraken op voortwenteling van een saldo aan renten als bedoeld in art. 15b Wet VPB 1969.
Aanspraken op voorwaartse verrekening van verliezen ex art. 20 Wet VPB 1969.
Aanspraken op deelnemingsverrekening in de zin van art. 23c, lid 7, Wet VPB 1969.
Aanspraken op verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten als bedoeld in art. 23d, lid 5, Wet VPB 1969.
Een door de splitser gevormde opwaarderingsreserve in de zin van art. 13ba Wet VPB 1969.
Relevante aangelegenheden met betrekking tot de toepassing van de innovatiebox.
Daarentegen zijn tot 2012 opgebouwde en nog niet verzilverde doorschuifaanspraken met betrekking tot buitenlandse ondernemingswinsten (art. 34 Bvdb 2001) en voortwentelingsaanspraken in verband met de verrekening van buitenlandse bronbelasting op dividenden, interest en royalty’s (art. 37 Bvdb 2001) volgens de staatssecretaris objectgebonden aanspraken. Ook een inhaalclaim die op grond van het overgangsrecht (art. 33b, lid 1, Wet VPB 1969) nog aanwezig is, gaat volgens de bewindspersoon via de fiscale indeplaatstreding over naar de verkrijger(s).4