Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/IV.3.1:IV.3.1 Criterium
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/IV.3.1
IV.3.1 Criterium
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178857:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verwarring over besluiten met indirect externe werking begint in de parlementaire geschiedenis.1 Daarin omschrijft de regering deze categorie van besluiten als alle besluiten die aan een vertegenwoordigingshandeling voorafgaan, zoals het besluit een goed te kopen.2 Deze voorstelling van zaken brengt mijns inziens weinig helderheid. Besluit het bestuur van een rechtspersoon een machine te kopen, dan is geen sprake van externe werking. Ook indirect niet. Een gebrek in het aankoopbesluit heeft immers geen betekenis voor de machinefabrikant. De vertegenwoordigingshandeling blijft staan, nu de vertegenwoordigingsbevoegdheid onvoorwaardelijk is. In dit soort gevallen is het beter te spreken van een ‘intern besluit’.3
Indirect externe werking hebben slechts de besluiten die een vereiste zijn voor een daaropvolgende, tot een derde gerichte rechtshandeling. Deze formulering sluit aan bij art. 2:16 lid 2 BW. De geldigheid van de rechtshandeling moet kortom afhangen van het onderliggende besluit.