Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/4.8.2
4.8.2 Grondslag en bevoegdheden
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS596087:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Newberg & Conte 2004, hfd. 9: p. 327.
Mulheron 2004, p. 60-3, Rothstein & Willging 2005, p. 8-9: 'some courts have gone so far as to term the district judge in the settlement phase of a class action as a fiduciary of the class' and to impose 'the high duty of care that the law requires of fiduciaries', Klonoff & Bilich 2000, p. 346-7, Newberg & Conte 2004, p. 27.
Newberg & Conte 2004, hfd. 9: p. 328, noot 1.
Resnik 1982, p. 374-448 en Rubenstein 2001, noot 4.
Elliott 1986, p. 308-9.
Tzankova 2005, p. 123-4 behandelt het verschijnsel in het kader van collectieve schikkingen.
Elliott 1986, p. 309-10 die daar managerial judging in verband lijkt te brengen met public law adjudication, zie ook hierna.
Voor de uitwerking zie Elliot 1986, (onder andere p. 311-2).
Elliott 1986, p. 309-10 met verdere verwijzingen.
MCL 2004, p. 7.
De wettelijke basis voor discretionaire bevoegdheid is te vinden in de algemene Rules 16, 26, 37, 42 en 83: MCL 2004, p. 8. Rule 23 d bevat aanvullende bepalingen voor case management van class actions.
MCL 2004, p. 12-13, Klonoff & Bilich 2000, p. 354-5.
Hoewel, sancties dienen voorzichtig te worden toegepast: MCL 2004, p. 15-22 behandelt het onderwerp, met alle mogelijke sancties, uitvoerig.
De verhandeling van Oldfather 2005, p. 139-45 over 'the classic model of adjudication', dat in verband wordt gebracht met het werk van Fuller 1978, Eisenberg 1978 en Peters 1997, is compact, maar zeer instructief en verhelderend.
Het gaat daarbij doorgaans om acties waarvan het doel is 'the vindication of constitutional or statutory policies' of zogenaamde algemeen belang acties, waarvan het effect zich onmiddellijk uitstrekt over derden die bij de actie niet betrokken zijn. Het model van public law adjudication wordt in verband gebracht met het werk van Chayes 1976 en Fiss 1979. Zie voorts Oldfather 2005, p. 145-9, en noten 97 en 45 met verdere verwijzingen. Bij Minow 1997 staat de persoon van Judge Jack Weinstein central: de verpersoonlijking van de public law rechter-activist. Zie ook de volgende (kritische) bijdragen over deze rechter: Mullenix 1994, Schuck 1987, p. 241-4, 258-76, Cox 1995, Feerick 1993, p. 1082: Minow 1997, p. 2011, noot 2. Voor judicial activism zie onder meer Kmiec 2004.
Class action is een procedureel `unicum'. Dat is hiervoor reeds een aantal keren naar voren gekomen. De beperking van het zelfbeschikkingsrecht van partijen dient behalve door de in 4.5 behandelde maatregelen, tevens door een actieve rechter te worden gecompenseerd die zich als een `waakhond', een soort toezichthouder in alle fasen van het proces over de belangen van alle class leden dient te bekommeren,1 in het bijzonder over de belangen van de afwezige classleden.2 Het is niet de bedoeling dat de rechter de rol van de class advocaat en de class vertegenwoordiger overneemt, maar de rechter heeft een aanvullende eigen `toezichtplicht' 3
Class actions zijn niet het exclusieve domein van de actieve rechter. `Managerial judging', zoals dit verschijnsel in Amerika genoemd wordt, werd in de literatuur voor het eerst geanalyseerd door Resnik '4 in het begin van de jaren tachtig, maar werd al drie decennia eerder in de praktijk gesignaleerd bij de behandeling van 'complexe zaken' 5 `Managerial judging' brengt mee dat de rechter zich actief gaat opstellen ten opzichte van het verloop van de procedure om ervoor te zorgen dat recht binnen een redelijke termijn en tegen redelijke kosten kan worden gedaan.6 De achtergrond van deze ontwikkeling is ontevredenheid over de hoge kosten van procederen, die weer veroorzaakt worden door tal van factoren. Genoemd worden de toenemende werklast van de federale rechters en de veranderde aard van de rechtspleging: er worden steeds meer nieuwe rechtsgronden aangevoerd die ook steeds meer van de rechter vergen, onder andere 'to reform institutions and to remedy social ills' 7
Anderen zoeken de oorzaak van de hoge kosten van procederen in het feit dat rechtspleging een goed is dat tegen een te lage prijs aan de afnemers wordt aangeboden, zodat daarvan onevenredig veel gebruik wordt gemaakt. Managerial judging is dan een manier om de prijs van procederen voor de advocaten te verhogen, hetgeen door het Amerikaanse systeem van no cure no pay niet gelijk hoeft te staan aan het verhogen van de prijs van procederen voor rechtzoekenden.8 Rechterlijke tijd wordt in alle opvattingen gezien als een schaars (publiek) goed dat niet verspild mag worden9 en een effectief case management, dat reeds vroeg in de preprocessuele fase wordt aangewend, helpt een dergelijke verspilling te voorkomen.
Als minimumeisen voor een adequate aanpak van complexe procedures en dus ook van class actions worden gezien:10 (1) een vroegtijdige en effectieve rechterlijke supervisie, en indien nodig: controle,11 (2) een cooperatieve en professionele opstelling van de belangenbehartigers en (3) de ontwikkeling door rechter en partijen van een behandelplan voor de pretrial en de trial fase. Voor het voldoen aan het eerste minimumvereiste is een effectief case management van groot belang. Dit heeft een aantal karakteristieken: het is actief, inhoudelijk, tijdig, voortdurend, zorgvuldig en streng doch rechtvaardig 12 Dat betekent onder meer dat de rechter zich proactief dient op te stellen en op problemen dient te anticiperen in plaats van een afwachtende houding aan te nemen. Hij behoort ook in een vroeg stadium op de hoogte te geraken van de inhoudelijke geschilpunten, zodat hij op een verantwoorde wijze beslissingen kan nemen over de mogelijkheden van stroomlijning van het geschil al dan niet via beperking van geschilpunten of het bepalen van de volgorde van behandeling daarvan. Case management is bovendien niet een eenmalige activiteit. Het vergt een voortdurend monitoringproces, dat tevens tot beslissingen binnen een redelijke termijn dient te leiden. Onder omstandigheden zou dat kunnen betekenen dat de voorkeur van partijen voor een tijdige boven een 'juridisch perfecte' beslissing gehonoreerd zou moeten worden. Afspraken en reële termijnen worden in overleg met de class advocaten gemaakt en indien nodig aangepast en herzien. Maar ze moeten ook gehandhaafd worden en indien nodig moeten sancties worden toegepast.13
Ten slotte: managerial judging mag niet verward worden met 'public law adjudication' of `judicial activism'. Het is wel zo dat public law- rechters, evenals `managerial rechters', in tegenstelling tot 'traditionele rechters' ,14 (pro)actieve rechters zijn. De 'activisten' onder de rechters zullen zich wel comfortabeler dan de traditionele rechters voelen met verschijnselen als managerial judging en case management. Waar managerial judging echter van oorsprong een methode is om geschilpunten te beperken, zodat afwikkeling bespoedigd kan worden, is het voor public law adjudication en `juridisch activisme' juist typerend dat een verruiming van het voorliggende geschil plaatsvindt ten einde een oplossing te bereiken voor het onderliggende en vaak veel dieper gaande maatschappelijke probleem.15 Dit type rechter acht zich veel minder gebonden aan het door partijen voorgelegde geschil.