Beperkte rechten op eigen goederen
Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/11.7:11.7 Voorwaarde
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/11.7
11.7 Voorwaarde
Documentgegevens:
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491167:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
135. Is iemand voorwaardelijk gerechtigd tot de eigendom van een zaak, terwijl hij ook op die zaak een beperkt recht heeft, of andersom, dan moet aan de hand van de voorwaarde worden beoordeeld of belang bestaat bij het beperkte recht.1 A is onvoorwaardelijk gerechtigd tot de eigendom van een zaak. Hij is tevens onder opschortende voorwaarde gerechtigd tot een recht van erfpacht op die zaak. B is onder ontbindende voorwaarde gerechtigd tot de erfpacht. De erfpacht gaat niet door vermenging teniet zolang de voorwaarde nog in vervulling kan gaan. B heeft daar belang bij: zolang de voorwaarde niet in vervulling is gegaan, kan hij gebruik maken van de erfpacht.
Zijn twee personen echter onder precies dezelfde spiegelbeeldige voorwaarden gerechtigd tot eigendom én beperkt recht, dan bestaat geen belang bij het beperkte recht. A is eigenaar van een zaak onder opschortende voorwaarde. Hij is onder dezelfde voorwaarde ook gerechtigd tot een recht van erfpacht op die zaak. B is van dezelfde zaak eigenaar onder ontbindende voorwaarde en hij is ook onder ontbindende voorwaarde gerechtigd tot de erfpacht. In deze situatie bestaat geen belang bij het beperkte recht. A en B kunnen geen extra bevoegdheden ontlenen aan dat recht.