Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/26.10:26.10 Muurafdekking
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/26.10
26.10 Muurafdekking
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487257:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Gonthier 2003, p. 64 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een andere problematiek doet zich voor ten aanzien van muurafdekkingen. Muren worden afgedekt met pannen of dekstenen. Indien een groot hoogteverschil aanwezig is tussen de aan beide zijden van een muur aangebrachte gebouwen of werken is de vraag of de deksteen wel mandelig moet zijn. Declercq1 schetst twee situaties.
In de situatie geschetst in figuur I is volgens Declercq de deksteen voor de eigenaren van beide gebouwen van belang. De deksteen dient mandelig te zijn. In de situatie aangegeven in figuur II heeft de deksteen geen functie voor de eigenaar van gebouw B. De eigenaar van gebouw A is eigenaar van de deksteen. De vraag is uiteindelijk; wanneer wel en wanneer geen mandelige deksteen?
Declercq geeft als vuistregel: Als het hoogteverschil minder dan 1 meter is dient de deksteen beide gebouwen/werken. Mandeligheid is dan aangewezen. In alle andere gevallen dient de deksteen slechts het belang van de eigenaar van het hoogste gebouw of werk.
Ik zou mij voor onze situatie eenzelfde redenering kunnen voorstellen. Het verdient aanbeveling de juridische situatie zoveel mogelijk bij hetgeen praktisch wenselijk is aan te laten sluiten.