Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/2.6.3
2.6.3 Andere factoren die invloed kunnen hebben op de beurskoers?
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS348254:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Voorbeelden zijn SNS Reaal, TNT Express, PostNL, Fugro, Imtech, KPN, SBM Offshore en Fugro.
Zie bijv. ‘Dutch discount’ lokt Amerikanen, NRC Handelsblad, 17 februari 2005.
Zie paragraaf 2.7.3.
Easterbrook & Fischel, The Economic Structure of Corporate Law 1996.
Zie paragraaf 2.7.2.
In dit verband vermeld ik ook het rapport van Cremers, Nair & Peyer, Takover Defenses and Competition 2007, die concluderen dat beschermingsmaatregelen goed kunnen zijn voor aandeelhouders van vennootschappen die werkzaam zijn in een competitieve markt waar het belang van langetermijn relaties met klanten en werknemers van groot belang is.
Zie paragraaf 6.5.4.
Slagter, Compendium 2005, nr. 136, Wakkie, Nederland het Delaware van Europa 2016, p. 195.
In deze zin Kleyn, Geschriften vanwege de Vereniging Corporate Litigation 2008-2009, p. 218.
Rapport Bootsma/Gruntfest/Hijink/in ’t Veld 2015, p. 46.
Ik meen dat ook andere oorzaken een rol spelen bij de constatering dat sprake is van een Dutch discount. Ik denk dan aan enkele recente schandalen en financiële teleurstellingen bij Nederlandse beursvennootschappen,1 strengere kapitaaleisen voor banken en verzekeraars onder Solvency 2 waardoor zij worden gedwongen om een hogere solvabiliteit aan te houden en aandelenbelangen hebben afgestoten, valuta- effect als de sterke euro tot aan eind 2014, de in en uitstroom van internationaal kapitaal in Nederland en de herziening van de AEX en AMX indices die thans zijn gebaseerd op vrij verhandelbare marktkapitalisatie in plaats van op handelsvolumes. Ook wordt wel genoemd de minder efficiënt werkende kapitaalmarkt in Europa in vergelijking met de Verenigde Staten.2 Dit kunnen allemaal omstandigheden zijn die leiden tot verschillen in koersen tussen Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen en buitenlandse beursgenoteerde vennootschappen.
Wat het moeilijk maakt is dat het vaak appels met peren vergelijken is. Ten eerste bestaan er grote verschillen tussen de landen. Zo bestaat in het Verenigd Koninkrijk een market for corporate control.3 Dit economische principe dat ik ook kort noemde in paragraaf 2.6.2, houdt in dat niet optimaal presterende bestuurders via een vijandig bod worden vervangen.4 In die opvatting is geen plaats voor beschermingsmaatregelen, omdat deze in de weg staan aan een goede werking van de market for corporate control. Anders dan in het Verenigd Koninkrijk, komen beschermingsmaatregelen in de Verenigde Staten juist veelvuldig voor.5 Daarnaast verschillen de markten waarin de vennootschappen opereren en daarmee de vraag of beschermingsmaatregelen passend zijn voor een vennootschap die in een bepaalde markt opereert. Zo is goed voorstelbaar dat een vennootschap die medicijnen ontwikkelt waarvoor een lange aanloopperiode geldt zich beschermt. Hetzelfde kan gesteld worden voor een onderneming waar langetermijnrelaties met klanten, afnemers en werknemers van groot belang zijn. Ik noem als voorbeelden bodemonderzoeker Fugro en uitgeverij Brill, die het belang van een langetermijnrelatie met klanten, respectievelijk auteurs, benadrukken.6 Beschermingsmaatregelen passen daarentegen minder goed bij vennootschappen die een strategie kennen die op de korte termijn is gericht. Gedacht kan worden aan een vennootschap die te kennen geeft om overgenomen te willen worden. Dat geldt ook voor een vennootschap die naast aandeelhouders weinig andere stakeholders kent. Als voorbeeld kan genoemd worden een bmvk die louter in courante waarden belegt.7 Ten slotte is het lastig om de invloed van beschermingsmaatregelen op de beurskoers van Nederlandse vennootschappen te vergelijken. Zo moet worden afgevraagd hoe Nederlandse vennootschappen met beschermingsmaatregelen en Nederlandse vennootschappen zonder beschermingsmaatregelen met elkaar vergeleken moeten worden, nu het merendeel van de beursvennootschappen in Nederland beschermingsmaatregelen kent.8 Ik verwijs naar het overzicht aan het slot van dit hoofdstuk. Aan de andere kant kan gesteld worden dat de Dutch discount in ieder geval in de perceptie van beleggers bestaat. Omdat het bij koersontwikkeling om de perceptie gaat, is alleen dat gegeven al cruciaal en is de vraag of de invloed van beschermingsmaatregelen op de beurskoers meetbaar is minder relevant.9 Daarbij speelt ook de invloed van stembureaus als ISS. Mede onder hun invloed wordt de aanwezigheid van uitstaande of potentieel inzetbare beschermingsmaatregelen in de praktijk als negatief gepercipieerd en gewaardeerd.10 En dat kan weer van invloed zijn op de beleggingspolitiek van beleggingsfondsen die ervoor kunnen kiezen om beschermde Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen niet in hun portefeuille op te nemen, waardoor deze vennootschappen lager gewaardeerd kunnen worden in vergelijking met hun buitenlandse concurrenten.