Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.7.3.1
7.7.3.1 Voorwaarden optie belaste verhuur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291325:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 19 januari 1982, zaak 8/81, ECLI:EU:C:1982:7, r.o. 39 (Becker).
HvJ EG 12 januari 2006, zaak C-246/04, NTFR 2006/89, met commentaar Van Dongen, r.o. 30 (Turn- und Sportunion Waldburg).
HvJ EG 9 september 2004, zaak C-269/03, V-N 2004/48.9 (Objekt Kirchberg).
HvJ EG 12 januari 2006, zaak C-246/04, NTFR 2006/89, met commentaar Van Dongen, r.o. 31 (Turn- und Sportunion Waldburg).
HvJ EG 12 januari 2006, zaak C-246/04, NTFR 2006/89, met commentaar Van Dongen, r.o. 33 en 34 (Turn- und Sportunion Waldburg).
Op grond van (thans) art. 137 lid 1, aanhef en onderdeel d Btw-richtlijn hebben lidstaten de bevoegdheid om de belastingplichtige van wie de verhuur van onroerend goed vrijgesteld is de mogelijkheid te bieden om voor btw-heffing te kiezen wanneer de belastingplichtige meent dat dit voor hem voordeliger is.1 Lidstaten bepalen derhalve zelf of zij de optieregeling voor de verhuur van onroerend goed invoeren en, zo ja, welke voorwaarden hieraan zijn verbonden. Zo kunnen de lidstaten bepaalde handelingen of bepaalde belastingplichtigen uitsluiten van de optieregeling.2 Ook is het toegestaan om voorafgaande toestemming van de belastingdienst te eisen en geen terugwerkende kracht te verlenen aan de optie.3
Hoewel de lidstaten veel vrijheid hebben om de ‘optievoorwaarden’ vast te stellen is, zijn er wel grenzen die de lidstaten hierbij in acht moeten nemen. Bij het stellen van voorwaarden aan de optieregeling moeten de lidstaten de doelstellingen en de algemene beginselen van de Btw-richtlijn eerbiedigen en met name het beginsel van de fiscale neutraliteit.4 Laatstgenoemd beginsel staat niet toe dat soortgelijke handelingen, die met elkaar in concurrentie staan, een verschillende btw-behandeling krijgen. Voor de vraag of sprake is van soortgelijke handelingen zijn de identiteit van de dienstverrichter en de rechtsvorm waarin de belastingplichtige zijn activiteit uitoefent in beginsel irrelevant.5 Dit betekent bijvoorbeeld dat het in strijd is met de fiscale neutraliteit om de optieregeling te koppelen aan een bepaalde rechtsvorm, maar het wel is toegestaan om bepaalde niet-aftrekgerechtigde instellingen, zoals sportverenigingen zonder winstoogmerk, uit te sluiten van de optieregeling.