Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/8.3.1
8.3.1 Vier mogelijke regimes voor bij dode opgerichte stichting
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232322:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een overzichtelijke behandeling van doelvermogens, W.J. van der Avoird, R.J. Roerink & R.J.J. Rombouts, Doelvermogens in het fiscale recht. Een beschrijving van het fi scale landschap per 1 januari 2010, Rijswijk: Licent Fiscale en Juridische Uitgevers 2011.
Een steunstichting is een stichting die het ondersteunen van één of meer ANBI’s ten doel heeft, zie Th. Ostermann & L. van de Reep, ‘Inzicht in de anbi’, MBB 2012/12.
N. Idsinga, T.N. Peters van Neijenhof & S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst, ‘Afgezonderd Particulier Vermogen en Nederlandse (familie)stichtingen’, WPNR 2013/6995. R.J. Roerink, ‘Een nieuw fiscaal landschap voor stichtingen en trusts’, FBN 2011/11, sluit de stichting als overig doelvermogen uit. De staatssecretaris van Financiën daarentegen erkent het bestaan wel, brief aan de Eerste Kamer van 11 september 2013, DGB/2013/2752 (Evaluatie wettelijk systeem voor afgezonderde particuliere vermogens (apv’s)). J.P. Boer, ‘Trusts en de belastingwetgever: het APV-regime’, TREMA 2016/9, schrijft dat deze evaluatie ‘een hoog “wij van WC-eend gehalte” heeft.’
Op de bij dode opgerichte stichting kunnen vier verschillende regimes van toepassing zijn voor de heffing van erf- en schenkbelasting, te weten:2
algemeen nut beogende instelling (ANBI’s);
sociaal belang behartigende instelling (SBBI’s) of
steunstichting SBBI’s;3
afgezonderd particulier vermogen (APV); en
overige doelvermogens.4
Om als ANBI, SBBI, of steunstichting SBBI in de heffing te worden betrokken, is het nodig dat de stichting als zodanig wordt aangemerkt. Dit is geregeld in artikel 5b AWR voor de ANBI en in artikel 5c AWR, respectievelijk in artikel 5d AWR voor de SBBI en de steunstichting SBBI. Heffing op grond van de APV-regeling (artikel 16 Sw 1956) vindt plaats als het vermogen van de stichting, kort samengevat, kan worden toegerekend aan de erfgenamen van de erflater. Is geen van deze hiervoor genoemde eerste drie grondslagen voor heffing van erfbelasting aanwezig, dan wordt de stichting als overig doelvermogen beschouwd en als zodanig in de heffing betrokken (artikel 1 Sw 1956).
In het navolgende ga ik kort in op deze vier wijzen waarop een stichting in de heffing van erfbelasting kan worden betrokken. Bij de behandeling zullen, passend binnen de grenzen van het onderzoek naar de bij dode opgerichte stichting, alleen bijzonderheden worden bekeken die van toepassing zijn op de bij of krachtens uiterste wilsbeschikking opgerichte stichting en of deze knelpunten vormen bij de afweging wel of niet tot oprichting van een stichting bij dode over te gaan.
8.3.1.1 Heffing van erfbelasting van ANBI’s8.3.1.2 Heffing van erfbelasting van SBBI’s en steunstichtingen SBBI8.3.1.3 Heffing van erfbelasting van APV’s8.3.1.4 Heffing van erfbelasting van overige doelvermogens8.3.1.5 Conclusie