Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.6.3.1:7.6.3.1 Wijzigingen binnen de huidige methode van de Hoge Raad
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.6.3.1
7.6.3.1 Wijzigingen binnen de huidige methode van de Hoge Raad
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661226:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de eerste plaats zijn oplossingen denkbaar waarvoor (slechts) een wijziging nodig is in de huidige ‘voorrangsregel’ van de Hoge Raad. Zo kan eenvoudigweg het dispositievereiste – veelal het struikelblok voor belastingplichtigen – worden geschrapt, of een andere, fiscaal beter werkbare invulling krijgen, op welk punt BNB 2022/10 een belangrijke aanzet heeft gedaan (paragraaf 4.3.4, 4.7). Resultaat van een aanpassing binnen de huidige methode zal zijn dat burgers die te goeder trouw op het verkeerde been zijn gezet eerder op voorlichting kunnen vertrouwen. Het voordeel van een dergelijke wijziging is dat het relatief dicht zit tegen het huidige systeem en dus minder ingrijpend is. Het nadeel is dat het principiële probleem (de moeizame juridische grondhouding ten aanzien van het aan voorlichting te ontlenen vertrouwen) daarmee niet is opgelost. Precies het uitgangspunt van niet-gebondenheid, dat de burger in beginsel niet in rechte te beschermen vertrouwen kan ontlenen aan voorlichting, botst met het burgerperspectief. Een wijziging binnen de huidige methode is daarom geen gewenste oplossing.
Een andere oplossing binnen het systeem is om de categorie voorlichting juridisch gelijk(er) te stellen aan de categorie beleid. Dat is, bezien vanuit het resultaat, een oplossing waarmee het conflict met het burgerperspectief kan worden verkleind of verholpen. Het leidt ertoe dat de Belastingdienst in principe (ook) is gebonden aan voorlichtingsuitingen (tenzij). Toch verdient deze oplossing niet de voorkeur. Ten eerste bestaan juridisch bezien tussen beleid en voorlichting relevante verschillen, die mogelijk (nieuwe) knelpunten met zich meebrengen. Bovendien blijft deze aanpak leunen op het juridisch denken in een categorisch verschil tussen bijvoorbeeld beleid en voorlichting dat burgers helemaal niet zien. Zij zien informatie van de Belastingdienst waarop zij (willen) vertrouwen (paragraaf 4.6, 5.3.3, 5.7.4, 6.3, 6.4). Ik acht dit alternatief daarmee minder wenselijk.