Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.6.3.2
7.6.3.2 Tegemoetkoming via een andere weg
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661447:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Via de bestuursrechter en/of de civiele rechter, zie Van de Sande 2019; Douma e.a. 2021, par. 6.5. Wattel toonde zich eerder voorstander van het toekennen van de mogelijkheid van schadevergoeding via de belastingrechter in plaats van contra legem-toepassing van het vertrouwensbeginsel. Zie Wattel 1991, par. 3.7 en recenter conclusie Staatsraad A-G Wattel 20 maart 2019, nr. 201802496/2/A1, Bijlage 2, punt 2.17: ‘Ik merk op dat het mij niet logisch voorkomt om vertrouwen (…) ontleend aan inlichtingen te honoreren omdat dispositieschade is geleden. Logischer is het dan mijns inziens om die schade te vergoeden. (…). Concrete schadevergoeding is veel nauwkeuriger, maar ook véél bewerkelijker, dus uit praktisch oogpunt heeft de belastingrechter er wel verstandig aan gedaan om er maar van uit te gaan dat voldoende verband bestaat tussen het belastingbedrag en de dispositieschade.’
Zie ook Conclusie van A-G Wattel bij HR 28 februari 2001, 35 557, BNB 2001/295, punt 8.22-8.23.
Van de Sande 2019, p. 212, 372. Zie verder paragraaf 4.2.3.3.
In de tweede plaats zijn oplossingen denkbaar die via een andere weg tegemoetkomen aan het perspectief van de burger indien hij te goeder trouw op het verkeerde been is gezet en zijn verwachtingen niet worden nagekomen. Een voor de hand liggend alternatief is schadevergoeding.1 Het voordeel daarvan is dat burger wordt gecompenseerd voor zijn geschonden verwachtingen (rechtszekerheid), terwijl zijn fiscale verplichting intact blijft en de wet wordt toegepast (rechtsgelijkheid). Een ander voordeel is dat bij schadevergoeding meer ruimte mogelijk is voor maatwerk in plaats van bij (‘alles of niets’) contra legem toepassing van het vertrouwensbeginsel.2 Overigens kan dit laatste voordeel ook binnen het systeem van toepassing van het vertrouwensbeginsel kan worden bereikt, door een andere, bijvoorbeeld meer proportionele benadering toe te passen, al is daarvoor het huidige instrumentatrium niet toereikend (paragraaf 7.4.3.2, 7.6.2.l). Principieel argument tegen schadevergoeding is dat het vertrouwensbeginsel is gericht op (zo veel mogelijk) honoreren van (gerechtvaardigde) verwachtingen, dus nakoming van die verwachtingen (zie paragraaf 4.2.3.3). Schadevergoeding berust op een andere juridische grondslag (met andere criteria), zoals de schending van een zorgvuldigheidsnorm.3 Een ander nadeel van een oplossing via schadevergoeding is dat het omslachtiger is, voor de burger en de overheid een extra stap betekent (vaststellen van schade en bijbehorende discussies) en minder efficiënt is (dienstbare overheid). Bovendien roept het de vraag op hoe schadevergoeding moet worden vormgegeven als geen sprake is van (dispositie)schade, maar wel verwachtingen zijn geschonden.
Belangrijkste tegenargument is dat een alternatieve tegemoetkoming mijns inziens simpelweg niet nodig is in een financiële tweepartijenrelatie zoals in het belastingrecht. Mijn voorstel is dus minder ingrijpend, beter geschikt om het doel te bereiken (dienende overheid: doelmatig, doelgericht) en stemt beter overeen met het burgerperspectief (nakoming leidt niet tot schending van communicatief commitment).