De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/5.3.3:5.3.3 Benadeling van schuldeisers
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/5.3.3
5.3.3 Benadeling van schuldeisers
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS388757:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Snijder-Kuiper, Groene Serie Rechtspersonen art. 2:23c BW, aant. 2, Deventer: Kluwer 2012.
Vetter 2007, p. 41.
Kamerstukken II 1984/85, 17725, nr. 7 (MvA), p. 20.
Zie ook paragraaf 6.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een andere groep belanghebbenden waar de uitspraken van de rechtbank Rotterdam en de rechtbank ’s-Gravenhage grote gevolgen voor hebben, zijn de schuldeisers van de BV. Indien fraudeurs toewerken naar een turboliquidatie door baten weg te sluizen en schulden op te bouwen, zijn schuldeisers daar de dupe van. Na de turboliquidatie ex artikel 2:19 lid 4 BW houdt de BV als gezegd op te bestaan, waardoor de vorderingen van de schuldeisers onbetaald blijven. De enige mogelijkheid die de schuldeisers rest, is een vordering tot heropening van de vereffening ex artikel 2:23c lid 1 BW. Schuldeisers worden, zo is mijn overtuiging, hierdoor echter niet voldoende beschermd tegen frauduleuze constructies.
Allereerst dienen de schuldeisers – wanneer zij tot heropening van de vereffening verzoeken – aan te tonen dat zij een voldoende belang hebben bij heropening. De schuldeisers zullen dus dienen aan te tonen dat ofwel sprake is van een niet-vereffende bate ofwel van een liquidatiesaldo uitgekeerd aan een rechthebbende, welke uitkering zou kunnen worden teruggevorderd.1 Hierbij doet zich de moeilijkheid voor dat de schuldeisers slechts beperkte mogelijkheden hebben om te onderzoeken of er een bate is. De laatste jaarrekening zou kunnen worden geanalyseerd. Echter, over het laatste verkorte boekjaar van een turbogeliquideerde BV, hoeft geen jaarrekening te worden opgemaakt. Bovendien kan de administratie van de BV niet worden geraadpleegd, omdat de schuldeisers niet behoren tot de kring van belanghebbenden aan wie deze raadplegingsbevoegdheid is toebedeeld ex artikel 2:24 lid 4 BW.2
Ten tweede wordt het waarborgen van de bescherming van de schuldeisers in vergaande mate belemmerd door het feit dat een turboliquidatie van een BV – behalve in het handelsregister – niet bekend wordt gemaakt, nu een vereffeningsprocedure ontbreekt. Op deze manier zullen schuldeisers niet of niet tijdig bekend raken met de turboliquidatie van de BV.
Ten derde kan gewezen worden op een merkwaardigheid wanneer een turbogeliquideerde BV herleeft. Deze herleving wordt niet ingeschreven in het handelsregister.3 Dit heeft tot gevolg dat degenen die de procedure tot heropening van de vereffening niet hebben gestart, in beginsel niet op de hoogte zijn van de herleving en daarmee ook niet van de mogelijkheid om de BV in rechte te betrekken.4
Indien BV’s met slechts schulden ontbonden kunnen – of moeten – worden langs de weg van een turboliquidatie ontstaat een bizarre situatie: fraudeurs wordt de mogelijkheid geboden bestuurdersaansprakelijkheid te ontwijken, terwijl schuldeisers worden beknot in hun verhaalsmogelijkheden. Dit kan niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest bij de invoering van de mogelijkheid tot turboliquidatie in ons wetsysteem.