Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.2.2.2.b:6.2.2.2.b Invorderingsfaciliteit voor de verkrijger van een onderbedelingsvordering
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.2.2.2.b
6.2.2.2.b Invorderingsfaciliteit voor de verkrijger van een onderbedelingsvordering
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS345495:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van art. 25, dertiende lid, IW 1990 kan rentedragend uitstel van betaling worden verkregen indien een vordering wordt verkregen op een medeverkrijger ter zake van door deze medeverkrijger verkregen ondernemingsvermogen. Ik kwalificeer de verkrijging van een dergelijke onderbedelingsvordering als een verkrijging van niet-ondernemingsvermogen (zie paragraaf 5.3.3.2). In paragraaf 5.3.3.3.e heb ik geconcludeerd dat het onderscheid dat gemaakt wordt tussen verkrijgers van dergelijke vorderingen en verkrijgers van ander niet-ondernemingsvermogen niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Indien sprake is van een wettelijke verdeling moet de voortzetter, de langstlevende, de belasting voorschieten. De mogelijkheid bestaat dat de continuïteit van de onderneming wordt bedreigd omdat hiervoor middelen aan de onderneming moeten worden onttrokken. Indien sprake is van een testament is het maar de vraag of de continuïteit van de onderneming in gevaar kan komen. Dit is afhankelijk van hetgeen de erflater in het testament heeft bepaald. Het nadeel van het opnemen van een invorderingsfaciliteit voor deze situaties is dat het zich voor kan doen dat een faciliteit wordt verleend terwijl de voortzetter geen middelen aan de onderneming hoeft te onttrekken. Dit doet afbreuk aan de doeltreffendheid van de regeling. Naar mijn mening wordt de regeling evenwel te gecompliceerd indien ten aanzien van situaties waarin sprake is van een testament nadere voorwaarden in de wetgeving moeten worden opgenomen. In feite zou dan daadwerkelijk getoetst moeten worden of de voortzetter op grond van het testament verplicht is een gedeelte van de vordering af te lossen om de verkrijgers van een onderbedelingsvordering in de gelegenheid te stellen de belasting te kunnen betalen. Ik ben van mening dat indien de faciliteit rentedragend wordt gemaakt zoals beschreven in paragraaf 6.2.1.3.a onnodig gebruik van de regeling voldoende wordt tegengegaan.
De in art. 25, dertiende lid, IW 1990 opgenomen beëindigingsgronden kunnen ongewijzigd blijven gelden.