Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/2.4.1
2.4.1 Achtergronden van het voorstel voor de verordening
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS375856:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie dezelfde overwegingen, echter met betrekking tot het vaststellen van het EFX-Verdrag, het Rapport-jenard, Hoofdstuk 1.
Zie over het begrip 'gelijkheidsbeginsel' in het kader van de Europese Unie: K. Lenaerts, P. Van Nuf-fel, Europees recht in hoofdlijnen, 2003, nr. 115 e.v.
Voorstel van een verordening (EG) van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, 14juli 1999, COM (1999)348 def.
COM (1999) 348 def., p. 4, onder 2.1.
Preambule bij het EEX-Verdrag.
Zie ook P.A.M. Meijknecht, Het Verdrag van Lugano en het Toetredingsverdrag van San Sebastian, in onderling verband, Preadvies NVIR, Mededelingen NVIR nr. 105, Deventer: Kluwer 1992, p. 47.
De Commissie heeft in een van haar mededelingen aan de Raad en het Europees Parlement overwogen dat Ihlet Verdrag van Brussel (het EEX-Verdrag, MZ)... onverbrekelijk verbonden [is] met het proces van opbouw van de Gemeenschap en ... de in het EG-Verdrag vervatte vrijheden [beoogt] te beschermen door een soepeler verkeer van vonnissen' (Pb EG C 33 van 31 januari 1998, p. 4).
Een werkelijke interne markt tussen de lidstaten van de Europese Unie kan pas bewerkstelligd worden, wanneer voldoende rechtsbescherming wordt geboden aan de justitiabelen die aan het economische verkeer en het rechtsverkeer binnen deze markt deelnemen. Wanneer de verschillen in de toepassing van de regels omtrent de erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen ertoe leiden dat de vorderingen die voortvloeien uit de rechtsbetrekkingen van de aan de interne markt deelnemende partijen, niet ten uitvoer kunnen worden gelegd, wordt het economische leven binnen de Europese Unie verstoord.1 De verschillen in de behandeling van de justitiabelen binnen de Europese Unie leiden tot een ongelijke behandeling van de onderdanen van de lidstaten van de Unie, hetgeen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.2
De rechtszekerheid met betrekking tot de rechterlijke bevoegdheid en een snelle exequaturprocedure wordt van essentieel belang door de toename van de contacten tussen de justitiabelen, die gevestigd zijn binnen de EU. Om deze rechtszekerheid in het kader van het oprichten van een 'ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid' te waarborgen kan de Europese Gemeenschap maatregelen nemen die voor de goede werking van de interne markt nodig zijn. Teneinde de gelijke behandeling te bewerkstelligen heeft de Europese Commissie gemeend op grond van art. 61 sub c jo. 67 lid 1 EG van haar bevoegdheid gebruik te maken en bij de Raad een voorstel voor een verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken in te dienen.3 Overeenkomstig de bij het voorstel behorende toelichting heeft de verordening tot doel de regels van het internationaal privaatrecht van de lidstaten op het terrein van de rechterlijke bevoegdheid gelijk te trekken en de erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in burgerlijke en handelszaken te vereenvoudigen en te versnellen.4 Reeds het EEX-Verdrag heeft tot doel de formaliteiten van de procedures van de erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen te vereenvoudigen en een vlotte rechtsgang in te voeren.5 De ontwikkelingen binnen de interne markt alsook in de jurisprudentie van het HvJ EG en van de nationale gerechten brachten met zich mee dat het verdrag aan een 'opknapbeurt' toe was.6 Dit werd ook door de Commissie in haar toelichting bij het verordeningsvoorstel onderschreven.7