Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/6.2.2
6.2.2 Omzetbelasting
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS616164:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Verbaan meent dat het twijfelachtig is of een net (in zijn geheel) kan worden aangemerkt als een gebouw. Zie Verbaan 2007, p. 123 e.v.
Ten aanzien van netten en de eventuele verschuldigdheid van omzetbelasting bestaat (nog) geen nadere regelgeving. Een beleidslijn die wel zijdelings van toepassing is op netten betreft de beleidslijn van 10 juni 2009, 'Heffing en compensatie van omzetbelasting bij publiekrechtelijke lichamen' (Stcrt. 2009, 114). In onderdeel 2.5.3 is het volgende bepaald: Exploitanten van elektrische, gas- en waterleidingen en centrale antenne- en telefoonkabels verrichten aan die leidingen en kabels regelmatig werkzaamheden. Om dat mogelijk te maken voeren publiekrechtelijke lichamen, zoals gemeenten, provincies en waterschappen, straatwerken uit (openbreken en herstellen van straten, wegen e.d.) of laten zij die werkzaamheden door derden uitvoeren. De kosten van de straatwerken berekenen deze lichamen door aan de exploitanten van de leidingen en kabels. Deze bedragen zijn niet de vergoeding voor handelingen die door die lichamen aan de exploitanten worden verricht. De bedragen hebben het karakter van een schadevergoeding die aan de publiekrechtelijke lichamen als eigenaar van de straten, wegen e.d. wordt betaald. Dit betekent dat publiekrechtelijke lichamen over deze bedragen geen omzetbelasting zijn verschuldigd.
Kamerstukken II 2005/06, 29 834, nr. 12, p. 7.
Zoals in par. 3.1.1.2 is weergegeven, heeft het Hof van Justitie EG in het Maierhoferarrest andere criteria, dan de civiele Portacabin-criteria, toegepast om vast te stellen of sprake is van een onroerende zaak (namelijk: 'gemakkelijk te demonteren en te verplaatsen'). Aangegeven is dat bij toepassing van de Maierhofer criteria, netten van een aanzienlijke omvang waarschijnlijk ook als onroerende zaken zullen worden aangemerkt. Op grond van artikel 11 lid 1 onder a Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) is levering van onroerende zaken vrijgesteld van omzetbelasting tenzij i) het een levering betreft van een gebouw1 — waaronder mede ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden — dat nog geen twee jaar in gebruik is of ii) partijen opteren voor een met btw belaste levering (of verhuur). In het geval een net als een gebouw wordt aangemerkt, dan wel partijen opteren bij de levering van een net voor de btw, dan is het mogelijk dat omzetbelasting verschuldigd is.2 Overigens is op basis van de Zesde richtlijn de levering van een net van rechtswege belast met btw. Belastingplichtigen kunnen zich dan ook op de richtlijn beroepen als hen dat uitkomt. Wanneer een net — met betrekking tot de omzetbelasting — toch niet als onroerende zaak wordt bestempeld, dan is de levering van het roerende net van rechtswege belast met btw. Tijdens de parlementaire behandeling van de nieuwe regeling heeft de minister ten aanzien van de omzetbelasting het volgende genoemd:3
`Vervolgens is de levering van roerende en van onroerende zaken onderworpen aan de heffing van BTW. Overigens is de BTW geen kostenpost voor ondernemers in de zin van de BTW, wanneer die ondernemers recht hebben op de volledige aftrek van voorbelasting. Dit betekent dat de BTW slechts drukt op eigenaren van ondergrondse infrastructuur die niet belastingplichtig zijn of die voor de BTW vrijgestelde prestaties verrichten, te denken is aan niet belastingplichtige overheidslichamen die een overheidstaak uitvoeren of ondernemers die vrijgestelde prestaties verrichten zoals bancaire prestaties of verzekeringsdiensten. Hoewel de regelingen voor de heffing en teruggave van BTW voor roerende en onroerende zaken verschillen, zijn deze verschillen niet van invloed op de economische effecten van de heffing, de feitelijke belastingdruk is zowel voor roerende als voor onroerende zaken gelijk. Wel is van belang dat ter voorkoming van samenloop van overdrachtsbelasting en omzetbelasting bij één transactie, de heffing van overdrachtsbelasting wijkt. Dit geldt echter niet indien de onroerende zaak als bedrijfsmiddel is gebruikt en de verkrijger de BTW geheel of gedeeltelijk in aftrek kan brengen'.
Door vaststelling van de onroerende status van netten is ten aanzien van de omzetbelasting de situatie voor netten enigszins anders komen te liggen. Bij roerende zaken is namelijk steeds btw verschuldigd, terwijl bij onroerende zaken — conform het Maierhoferarrest zullen netten in het kader van de omzetbelasting als onroerende zaken beschouwd kunnen worden — in beginsel geen btw verschuldigd is, tenzij het net nog geen twee jaar in gebruik is of partijen opteren voor een met btw belaste levering of verhuur. Aangezien bij netten géén overdrachtsbelasting wordt geheven, zal van samenloop van overdrachtsbelasting en omzetbelasting bij één transactie geen sprake zijn en zal bij verkrijging van netten alleen btw verschuldigd kunnen zijn.