Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/3.5.2.1
3.5.2.1 Achtergrond
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186575:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Kamerstukken II, 2017/18, 34909, 2 en 3.
Bökkerink 2017, p. 3.
Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) 648/2012, (PbEU 2013, L176/1).
Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PbEU 2013, L 176/338).
82. Bij de financiering van banken wordt veel gebruikgemaakt van achtergestelde vorderingen.1 Dat gebeurt voornamelijk door de uitgifte van achtergestelde obligaties. De recent veel uitgegeven ‘contingent convertibles’, ook wel ‘coco’s’ genoemd, zijn bijvoorbeeld achtergestelde obligaties. Nederlandse banken hebben voor enkele miljarden euro’s aan coco’s uitgegeven.2
De toezichtwetgeving eist van banken dat zij zich deels met risicodragend vermogen financieren. De relevante bepalingen zijn opgenomen in een Europese verordening, de ‘Capital Requirements Regulation’ (hierna: CRR)3 en een Europese richtlijn, de ‘Capital Requirements Directive’4.
Risicodragend vermogen kan worden aangetrokken door de uitgifte van aandelen, maar de uitgifte van obligaties is fiscaal aantrekkelijker. Bovendien verwatert de uitgifte van obligaties de belangen van bestaande aandeelhouders niet en is het uitgeven van obligaties goedkoper dan de uitgifte van aandelen. Daarom geven banken achtergestelde obligaties uit.