Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.4
4.4 Staatsburgerlijke vorming, te vondeling gelegd kind 1970
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977231:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
J.C. Sneep is in het bezit van MO-Staatsinrichting + pedagogisch-didactische akte Q.
J.C. Sneep, ´Staatsburgerlijke vorming, te vondeling gelegd kind?´, Intermediair 1970, 6, p. 29.
J.C. Sneep, ´Staatsburgerlijke vorming. De staatsburgerlijke vorming: een te vondeling gelegd kind bij het voortgezet onderwijs´, Didaktiek 1970, 1, p. 7 -9.
Op hbs-a staathuishoudkunde en de statistiek en op hbs-b staathuishoudkunde.
Sneep, p. 7.
Ibid., p. 7.
Ibid., p. 7.
Ibid., p. 8.
KB van 22 februari 1935, Stb. 1935.
KB van 22 december 1937, Stb. 1937, nr. 376. Bij een 5 gemiddeld in de examenklas volgde een mondeling examen.
Sneep, p. 9. De geïntegreerde kolom bevat volgtijdig de vakken staatsinrichting, recht en maatschappijleer. Het voorstel staat in het initiatiefwetsvoorstel 11111 (Kamerstukken II 1970/71, 11111, nr. 2), zie: Verenigingsnieuws, ´Geïntegreerde kolom´, Ibid., p. 25: 'Om te voorkomen dat staatsinrichting verdrinkt in geschiedenis, recht oplost in de economische vakken en maatschappijleer als maatschappelijke vorming te gronde wordt gericht, is een logisch en soepel alternatief opgebouwd, waarvan de kolom dikker (meer uren per week of langer (over meer jaren) kan zijn, al naargelang het schooltype en de omstandigheden'.
Sneep: staatsburgerlijke vorming te vondeling gelegd
In de VSW-gelederen is men allerminst gelukkig met het samenvoegen van de vakken staatsinrichting en geschiedenis. Op onparlementaire wijze is hieraan uiting gegeven. Als een polemisch geschrift verschijnt namelijk van het V.O.S.-bestuurslid Sneep in 1970 Staatsburgerlijke vorming, te vondeling gelegd kind bij het voortgezet onderwijs.1 Als ongezouten kritiek, ingegeven door de grote onrust onder de leden, kraakt hij harde noten over het regeringsbeleid.2 Niet veel later verschijnt een even ongezouten versie in het periodiek Didaktiek der sociale wetenschappen.3 In beide artikelen roept hij als eerste de circulaire A.V.O.-70-7 (30 januari 1970) in herinnering over de positie van de vakken staatsinrichting en staathuishoudkunde en de statistiek4, waarmee staatssecretaris Grosheide (ARP) ‘de laatste doodsteek toebracht aan de staatsburgerlijke vorming’.5 Voor Sneep is deze circulaire ‘de finale executie voor de kwaliteit en kwantiteit van het vak staatsinrichting: de weg hiernaar is lang, onbegrijpelijk en treurig geweest’.6
‘Afbraak’ van vak staatsinrichting
De onttakeling van het vak is door Sneep uitvoerig uit de doeken gedaan. Het ministerie van OKW en de Tweede Kamer blijven daarbij niet gespaard. Zijn verwijt richt zich tegen een voortgaande afbraak van staatsburgerlijke vorming, waardoor de weg volledig afgesloten is voor ‘de jeugd naar de fundamentele basiskennis, nodig om democratisch te leren denken en handelen’.7 Sneep ziet ‘onwillekeurig de gedachten opkomen dat een destructieve groep juist wenst het volk op het gebied van de organisatie van de staat dom te houden’.8 ‘De afbraak’ van het vak staatsinrichting plaatst hij in het licht van de mms-beschikking van februari 1935 met de incorporatie van staatsinrichting bij geschiedenis9 en in het eind 1937 wijzigen van de hbs-a-examenregeling met het vervallen verklaren van staatsinrichting als verplicht examenvak.10 Hij concludeert dat ‘tal van bovengenoemde gevalideerde argumenten het onomstreden belang van staatsburgerlijke vorming dienen’.11