Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 457
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarigen. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens gebrek aan belang. Nu de geldigheidsduur van de (verlengde) machtiging tot uithuisplaatsing ten tijde van het indienen van het cassatierekest reeds was verstreken, hebben de ouders, thans verzoekers tot cassatie, geen belang bij hun cassatieberoep, zodat zij daarin niet kunnen worden ontvangen.
HR 28-04-2006, ECLI:NL:HR:2006:AV9445
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
28 april 2006
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop, W.A.M. van Schendel
- Zaaknummer
R05/118HR
- Conclusie
A-G Wesseling-van Gent
- LJN
AV9445
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2006:AV9445, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑04‑2006
ECLI:NL:HR:2006:AV9445, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 28‑04‑2006
Essentie
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarigen. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens gebrek aan belang.
Nu de geldigheidsduur van de (verlengde) machtiging tot uithuisplaatsing ten tijde van het indienen van het cassatierekest reeds was verstreken, hebben de ouders, thans verzoekers tot cassatie, geen belang bij hun cassatieberoep, zodat zij daarin niet kunnen worden ontvangen.
Partij(en)
- 1.
[Verzoeker 1],
- 2.
[Verzoekster 2], beiden te [woonplaats], verzoekers tot cassatie, adv. mr. R.S. Sewjadal,
tegen
Stichting Bureau Jeugdzorg Conglomeraat Zaandam, te Zaandam, verweerster in cassatie, niet verschenen.
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
1.1
De kinderrechter in de rechtbank te Amsterdam heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.