Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 477
EHRM, 29-03-2006, nr. 67335/01
EHRM 29-03-2006, ECLI:CE:ECHR:2006:0329JUD006733501
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
29 maart 2006
- Magistraten
Mrs. Wildhaber, Rozakis, Costa, Bratza, Zupančič, Loucaides, Casadevall, Baka, Maruste, Traja, Ugrekhelidze, Pavlovschi, Borrego Borrego, Jaeger, Myjer, Jebens, Popović
- Zaaknummer
67335/01
- LJN
AW8902
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2006:0329JUD006733501, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 29‑03‑2006
- Wetingang
EVRM art. 7
Essentie
Achour tegen Frankrijk.
Geen schending van art. 7. Anders dan de Chamber in haar arrest van 10 november 2004.
Klager is in 1984 veroordeeld voor een drugsdelict tot een gevangenisstraf van 3 jaar. Zijn straf loopt af op 12 juli 1986. Op het moment van de veroordeling geldt een recidiveregeling waarbij de voor een nieuw feit op te leggen straf kan worden verhoogd in het geval van recidive binnen vijf jaar. In 1994 treedt een nieuwe recidiveregeling in werking op basis waarvan de maximumstraf voor een strafbaar feit kan worden verdubbeld in het geval van recidive binnen tien jaar te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.