Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 481
EHRM, 08-03-2006, nr. 59532/00
EHRM 08-03-2006, ECLI:CE:ECHR:2006:0308JUD005953200
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
8 maart 2006
- Magistraten
Mrs. Wildhaber, Rozakis, Costa, Bratza, Zupančič, Caflisch, Loucaides, Cabral Barreto, Bîrsan, Vajić, Hedigan, Ugrekhelidze, Mularoni, Pavlovschi, Garlicki, Jaeger, Björgvinsson
- Zaaknummer
59532/00
- LJN
AV9093
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal publiekrecht / Rechtshandhaving
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2006:0308JUD005953200, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 08‑03‑2006
- Wetingang
EVRM art. 35
Essentie
Blečić tegen Kroatië.
Bevoegdheid EHRM ratione tempore.
In 1991 — 1992 wordt de speciale beschermde huur van klaagster beëindigd. In 1996 beslist de Hoge Raad afwijzend op het door haar ingestelde beroep. In 1999 oordeelt het Constitutionele Hof dat in de procedure klaagsters rechten op bescherming van haar eigendom en op een eerlijk proces niet zijn geschonden. Kroatië heeft in november 1997 het EVRM geratificeerd. Het EHRM acht zich niet bevoegd ratione tempore.
De Chamber had op 29 juli 2004 anders geoordeeld, omdat de beslissing van het Constitutionele Hof ná de ratificatie door Kroatië plaats vond. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.