Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 637
HvJ EG, 02-05-2006, nr. C-341/04: Eurofood
HvJ EG 02-05-2006, ECLI:EU:C:2006:281 (Eurofood)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
2 mei 2006
- Magistraten
V. Skouris, P. Jann, C.W.A. Timmermans, A. Rosas, J. Malenovský, J.-P. Puissochet, R. Schintgen, N. Colneric, J. KluÄka, U. LƵhmus, E. Levits
- Zaaknummer
C-341/04
- Conclusie
A-G Jacobs
- LJN
AX7790
- Roepnaam
Eurofood
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Europees insolventierecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2006:281, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 02ā05ā2006
ECLI:EU:C:2005:579, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 27ā09ā2005
- Wetingang
Essentie
Eurofood IFSC Ltd
Verzoek om een prejudiciƫle beslissing krachtens art. 68 en 234 EG, ingediend door Supreme Court (Ierland) 27 juli 2004. Justitiƫle samenwerking in burgerlijke zaken. Insolventieprocedures. Beslissing tot opening van procedure. Centrum van voornaamste belangen van de schuldenaar. Statutaire zetel. Concernverhoudingen. Erkenning van insolventieprocedure. Openbare orde.
1. Wanneer een schuldenaar een dochtermaatschappij is waarvan de statutaire zetel is gevestigd in een andere lidstaat dan die van haar moedermaatschappij, kan het vermoeden van art. 3 lid 1, tweede zin, InsVo, volgens hetwelk het centrum van de voornaamste belangen van deze dochtermaatschappij gelegen is in de lidstaat waar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.