Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 635
HvJ EG, 02-05-2006, nr. C-436/03
HvJ EG 02-05-2006, ECLI:EU:C:2006:277
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
2 mei 2006
- Magistraten
V. Skouris, P. Jann, C.W.A. Timmermans, A. Rosas, J. Makarczyk, J.-P. Puissochet, R. Schintgen, J. Klučka, U. Lõhmus, E. Levits, A. Ó Caoimh
- Zaaknummer
C-436/03
- Conclusie
A-G Stix-Hackl
- LJN
AX9269
- Vakgebied(en)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2006:277, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 02‑05‑2006
- Wetingang
Essentie
Europees Parlement tegen Raad van de Europese Unie
Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE) — Keuze van rechtsgrondslag.
Artikel 95 EG machtigt de gemeenschapswetgever om maatregelen te nemen die bestemd zijn om de voorwaarden voor de instelling en de werking van de interne markt te verbeteren, welke maatregelen daadwerkelijk die doelstelling moeten hebben doordat zij ertoe bijdragen dat belemmeringen van de door het Verdrag gewaarborgde economische vrijheden, waaronder de vrijheid van vestiging, worden weggenomen.
Artikel 95 EG kan ook als rechtsgrondslag worden gebruikt om te voorkomen dat belemmeringen van het handelsverkeer ontstaan ten gevolge van een heterogene ontwikkeling van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.