Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 638
HvJ EG, 04-05-2006, nr. C-98/04
HvJ EG 04-05-2006, ECLI:EU:C:2006:288
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- Datum
4 mei 2006
- Magistraten
C.W.A. Timmermans, J. Makarczyk, R. Schintgen
- Zaaknummer
C-98/04
- Conclusie
A-G Ruiz-Jarabo Colomer
- LJN
AY5244
- Vakgebied(en)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2006:288, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 04‑05‑2006
- Wetingang
Essentie
Commissie van de Europese Gemeenschappen, tegen Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
Milieueffectbeoordeling van bepaalde projecten — Geen vergunningaanvraag en beoordeling voorafgaand aan uitvoering van project.
Het in artikel 226 EG bedoelde met redenen omklede advies moet een coherente en gedetailleerde uiteenzetting bevatten van de redenen die de Commissie tot de overtuiging hebben gebracht dat de betrokken lidstaat een van de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Het met redenen omklede advies en, bijgevolg, het beroep, dat niet op andere middelen en motieven mag berusten dan die welke in bedoeld advies zijn aangevoerd, moeten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.