Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.3:8.3 De parlementaire behandeling van de steun aan Griekenland en van het EFSM en de EFSF
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.3
8.3 De parlementaire behandeling van de steun aan Griekenland en van het EFSM en de EFSF
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS454084:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2009/10, 21501-07, 739. Zie voor discussie hierover: Diamant & Van Emmerik 2011, p. 1948; Kummeling 2014, p. 290.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Instemming van de Staten-Generaal met de hierboven besproken ontwikkelingen was nodig vanwege de gevolgen daarvan voor de begroting. Bovendien moest op grond van het toenmalige artikel 34 Cw 2001 voor de oprichting van de EFSF als privaatrechtelijke rechtspersoon een voorhangprocedure gevolgd worden. Op grond van deze procedure hebben beide Kamers dertig dagen de gelegenheid om over de oprichting met de minister in overleg te treden, en om uit te spreken dat zij een wettelijke machtiging voor de oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon wenselijk achten. Nadat de Tweede Kamer tijdens de debatten over de steun aan Griekenland en over het EFSM en de EFSF brede steun uitsprak voor de gang van zaken, stelde de minister van Financiën dat de termijn van dertig dagen die op grond van artikel 34 Cw 2001 in acht zou moeten worden genomen voor deelname van de Staat in privaatrechtelijke ondernemingen, achterwege kon blijven.1 Hoewel hiermee in feite artikel 34 Cw 2001 is geschonden, is deze bepaling gericht op de instemming van de Staten-Generaal met de oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon. Doordat hieraan is voldaan, kon de minister mijns inziens terecht voorbijgaan aan de procedurevoorschriften uit artikel 34 Cw 2001.
De debatten over de eerste steun aan Griekenland en de totstandkoming van het EFSM en de EFSF stonden niet zozeer in het teken van een suppletoire begroting, maar richten zich meer op de ontwikkelingen in algemene zin. Soms stond daarbij een specifieke maatregel op de agenda, en soms sprak de Kamer in het algemeen over de Europese ontwikkelingen. Hieronder behandel ik de discussies over de betrokkenheid van het IMF bij deze steunoperaties, over de autonomie op economisch terrein en over de positie van het parlement.
8.3.1 De betrokkenheid van het IMF8.3.2 Begrotingsautonomie8.3.3 De positie van het parlement8.3.4 Tussenconclusie