Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.3.4:2.3.4 Vierde categorie motieven: overgang volgende generatie
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.3.4
2.3.4 Vierde categorie motieven: overgang volgende generatie
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958052:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot slot is er een vierde categorie van motieven. In deze categorie speelt de overgang van het vermogen naar de volgende generatie een rol. Welke motieven hier zoal onder kunnen vallen, kan het beste worden aangeduid met een aantal voorbeelden. Zo kan het zijn dat er een ondernemer is die ervaart dat zijn rol in het familiebedrijf hem steeds zwaarder valt en wil gaan nadenken over een eventuele opvolging. In dit voorbeeld kan er ook sprake zijn van het uit handen geven van het dagelijks beheer. Maar wat anders is dan in de eerste categorie van motieven is dat er in dit geval een beheerstructuur dient te worden opgezet die ook na het overlijden van de ondernemer kan blijven bestaan. Een tweede voorbeeld is dat een rechthebbende bang is dat zijn vermogen na zijn overlijden zal versnipperen en hij dat wil voorkomen. Tot slot kan bijvoorbeeld als motief gelden dat een rechthebbende met behulp van een beheerstructuur zijn kinderen wil leren omgaan met een omvangrijk vermogen. Daarbij hoeft het niet zo te zijn dat hij van zijn kinderen verwacht dat zij het vermogen volledig in stand zullen houden.
Binnen deze vierde categorie van motieven kan een tweedeling worden gemaakt, te weten in een groep van motieven waarbij instandhouding van vermogen een belangrijke rol speelt en een groep waarbij dat niet het geval is. De eerstgenoemde groep wordt hierna het continuïteitsmotief genoemd. Van een continuïteitsmotief is sprake op het moment dat de rechthebbende zijn vermogen in stand wil houden na zijn overlijden. Binnen het continuïteitsmotief vallen verschillende motieven die leiden naar het hoofdmotief continuïteit. Een voorbeeld is het motief om vermogen gelijk te willen verdelen over verschillende erfgenamen, maar zonder dat het vermogen versnipperd raakt. Een ander voorbeeld is het willen opzetten van een beheerstructuur die kan inspelen op tegengestelde belangen, zodat de tegengestelde belangen niet leiden tot het tenietgaan van het vermogen. Uiteindelijk is continuïteit het hoofdmotief in deze groep van motieven, maar de onderliggende motieven, om tot een beheerstructuur over te gaan die de continuïteit bevordert, verschillen.
De tweede groep van motieven die vallen onder de categorie ‘overgang naar een volgende generatie’ hebben geen directe betrekking op behoud van het vermogen. Dit zijn motieven die soms ten dienste kunnen staan van het hoofdmotief van de continuïteit, maar die daar ook volledig los van kunnen staan. Als dat laatste het geval is, vallen ze in de tweede groep van motieven binnen de categorie ‘overgang naar de volgende generatie’. Eén van de genoemde voorbeelden in het begin van deze paragraaf zag daarop. Een rechthebbende van een groot vermogen kan als motief hebben dat hij zijn kinderen wil leren omgaan met een groot vermogen. De rechthebbende wil zijn erfgenamen wellicht behoeden voor het snel opmaken van het vermogen, maar de achterliggende gedachte hoeft daarbij niet te zijn dat vermogen behouden moet blijven.
Een ander voorbeeld is het opzetten van een beheerstructuur om te zorgen voor een gelijke verdeling tussen erfgenamen. Dit kan een op zichzelf staand motief zijn in de categorie ‘overgang naar de volgende generatie’. Er hoeft bij de rechthebbende geen hoofdmotief van continuïteit achter te zitten. Maar het is, zoals gezegd, ook mogelijk dat dit wel het geval is. Daarmee kan het motief van gelijke verdeling tussen de erfgenamen soms onder het hoofdmotief continuïteit vallen en soms zelfstandig bestaan in de categorie ‘overgang naar een volgende generatie’.
Hierna wordt allereerst het hoofdmotief continuïteit besproken. Daarna komen de motieven aan de orde die soms in het teken staan van het hoofdmotief continuïteit en soms op zichzelf binnen de categorie ‘overgang naar de volgende generatie’. Allereerst worden de motieven besproken die onder het hoofdmotief continuïteit kunnen vallen. Dit gebeurt in de paragrafen 2.3.4.1.1 tot en met 2.3.4.1.7. In paragraaf 2.3.4.2 komt vervolgens aan de orde welke motieven ook zelfstandig kunnen bestaan binnen de categorie ‘overgang naar de volgende generatie’.
2.3.4.1 Continuïteit2.3.4.2 Zelfstandige motieven in de vierde categorie2.3.4.3 Schematische weergave van de motieven