Grenzen van het strafrecht in de voorfase
Einde inhoudsopgave
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/2.3.7:2.3.7 Aanwezigheid
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/2.3.7
2.3.7 Aanwezigheid
Documentgegevens:
mr. E.A.J. Nab, datum 12-01-2023
- Datum
12-01-2023
- Auteur
mr. E.A.J. Nab
- JCDI
JCDI:ADS715446:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ondanks de hiervoor in §2.2.7 genoemde liberale bezwaren is er in de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel om verblijf op terroristisch grondgebied strafbaar te stellen bijzonder weinig aandacht voor het daadstrafrechtbeginsel. De wetgever neemt in de memorie van toelichting slechts het standpunt in dat de strafbaarstelling aan het daadstrafrechtbeginsel (en overigens ook het legaliteitsbeginsel) voldoet, met als reden dat “de delictsomschrijving is gebaseerd op handelen in strijd met een formele norm”.1 In de Eerste Kamer rijzen nog wel enige vragen, maar die doet de minister af met de opmerking dat de strafbaarstelling aan het daadstrafrechtbeginsel (en overigens ook het wederrechtelijkheidsbeginsel) voldoet, omdat “niet het enkele verblijf […] strafbaar [is], maar het overtreden van het toestemmingsvereiste”.2 Met deze beide – mijns inziens moeilijk navolgbare – opmerkingen is de volledige onderbouwing geciteerd. Wat opvalt is dat de minister steeds meerdere beginselen met één redenering afdoet, wat de zelfstandigheid en toegevoegde waarde van de individuele beginselen relativeert. De logica van de minister lijkt er bovendien op neer te komen dat een strafbaarstelling van ‘iets’ doen zonder toestemming van de overheid zowel strafwaardig als duidelijk is en ook aan het daadstrafrechtbeginsel voldoet. Dat is min of meer in lijn met de communitaristische opvatting dat handelen in strijd met de afspraken die we in de samenleving hebben gemaakt op zichzelf al strafwaardig is (daarover §3.3), maar zo worden deze drie beginselen wel erg ver uitgehold. Met name het daadstrafrechtbeginsel komt er bekaaid vanaf.
Toch kan ook de strafbaarstelling van aanwezigheid op een bepaalde locatie vanuit communitaristisch perspectief wel worden begrepen. Allereerst kan een dergelijke strafbaarstelling zijn bedoeld om een (min of meer symbolisch) signaal af te geven aan de samenleving over een andere, met de aanwezigheid samenhangende gedraging waar het de wetgever eigenlijk om gaat.3 Vanuit liberaal oogpunt is goed te begrijpen waarom Van Kempen en Fedorova kritisch zijn over deze signaalfunctie. Tegelijkertijd meen ik dat deze grond niet geheel terzijde kan worden geschoven bij het verklaren van met name voorfasehandelingen die met terrorisme te maken hebben. Dat van het strafbaar stellen van gedrag een dergelijk signaal uitgaat – al dan niet via de media-aandacht die komt kijken bij de incidenten die daartoe aanleiding geven – lijkt mij niet direct onaannemelijk. Als het gedrag waar het om gaat zelf al strafbaar is gesteld, heeft de wetgever indien hij door middel van het materiële strafrecht een daadkrachtig signaal wil afgeven niet veel meer keus dan ofwel het verhogen van de strafmaat van het bestaande delict, ofwel het strafbaar stellen van gedragingen van de periferie van dat delict.4
Hoewel aanwezigheid als zodanig geen fysieke gevolgen veroorzaakt, kan aanwezigheid bovendien op zichzelf beschouwd ook een sterke symbolische en emotionele betekenis hebben. Wordt de strafbaarstelling van aanwezigheid op een terroristisch grondgebied vanuit dat perspectief bekeken, dan heeft deze ‘gedraging’ iets weg van het afstand nemen van de ene samenleving en aansluiting zoeken bij een andere samenleving. Gelet op de angst die bestaat voor de opvattingen en gedragingen van de leden van de gemeenschap waar de uitreiziger zich bij aansluit, is het bovendien niet vreemd dat die angst ook overslaat op hem (of haar) als persoon. De onduidelijkheid over wat er precies gebeurt op het door terroristen beheerste grondgebied is dan niet zozeer – zoals in de liberale benadering – reden voor terughoudendheid, maar draagt juist bij aan die vrees. Bovendien is de aanwezigheid op een door terroristen beheerst grondgebied geen alledaagse gedraging, noch een gedraging die de maatschappij nut oplevert. Vanuit communitaristisch oogpunt is er dus veel meer ruimte om ook de aanwezigheid op een bepaalde locatie strafbaar te stellen dan vanuit liberaal oogpunt.