Grenzen van het strafrecht in de voorfase
Einde inhoudsopgave
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/2.3.1:2.3.1 Inleiding
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/2.3.1
2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.A.J. Nab, datum 12-01-2023
- Datum
12-01-2023
- Auteur
mr. E.A.J. Nab
- JCDI
JCDI:ADS715471:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ten Voorde 2012b, p. 80.
Groenhuijsen & Van der Landen 1990, p. 23.
Dubber 2001, p. 849.
Koops & Prins 2004, par. 2.2. Van Kempen en Fedorova staan onder meer afwijzend tegenover die mogelijkheid omdat het onduidelijk blijft waarom de ‘gedraging’ in dat geval onwenselijk is (Van Kempen & Fedorova 2015, p. 57).
Ten Voorde 2012b, p. 80.
Vgl. Peters 1966, p. 22.
Loth 1988, p. 134.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande bleek dat binnen de liberale theorie maar zeer beperkt ruimte bestaat voor strafbaarheid in de voorfase. Het strafbaar stellen van voorfasehandelingen zou een te grote inbreuk maken op de vrijheden van burgers. De communitaristische theorie biedt in beginsel veel meer ruimte voor strafbaarheid van dergelijke gedragingen, omdat daarin niet alleen of vooral de rechten van burgers centraal staan, maar ook de plichten die burgers tegenover de gemeenschap hebben.1 Verder wordt in deze stroming onderkend dat de overheid soms niet passief kan afwachten tot een gedraging is verricht, maar soms preventief moet ingrijpen – soms zelfs nog voordat een daadwerkelijke, definitieve keuze is gemaakt – om de samenleving te kunnen beschermen.2 Bovendien bestaat binnen de communitaristische theorie meer ruimte voor erkenning van de (al dan niet symbolische) signaalfunctie die de strafbaarstelling van bepaalde gedragingen kan hebben.3 Zo merken Koops en Prins op dat de wetgever de strafwaardigheid van een bepaald grondfeit kan benadrukken door ook gedragingen in de periferie – bijvoorbeeld in de voorfase – strafbaar te stellen.4
Vanuit communitaristisch oogpunt berust het oordeel over de strafrechtelijke relevantie van gedragingen primair bij democratische gelegitimeerde wetgever. Strafrechtelijk relevante gedragingen zijn gedragingen die via een democratisch proces door de gemeenschap zijn verboden.5 Die benadering is veel descriptiever dan de (prescriptieve) liberale benadering en neemt de geldende normen als voorbeeld van wat de samenleving als strafrechtelijk relevante gedragingen ziet.6 Causaliteit is in een communitaristisch strafrecht bovendien vooral een normatief toerekeningsoordeel.7 Veel causaliteitsproblemen zijn daardoor eenvoudig van tafel te vegen met bijvoorbeeld de relevantietheorie, die de bedoeling van die de wetgever centraal stelt. Mede daardoor bestaat ook een stevigere grondslag voor de strafbaarheid van nalaten.
2.3.1.1 Criteria voor de gedraging2.3.1.2 Relatie met het grondfeit