Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/1.9.0:1.9.0 Inleiding
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/1.9.0
1.9.0 Inleiding
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS499904:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het idee voor het onderzoek dat heeft geresulteerd in dit proefschrift is opgedaan in de praktijk. Bij het optreden voor zowel huurders als verhuurders in conflictsituaties, maar ook adviserend, bleek de grote rol die open normen in het huurrecht spelen1. Dit proefschrift is dan ook gestart als een descriptief c.q. beschrijvend onderzoek. Met enige voorkennis van het huurrecht en ervaring met de spanning die open normen kunnen opleveren wanneer het enerzijds de rechts(on)zekerheid betreft en anderzijds de wens om situaties als individuele gevallen te kunnen behandelen, is de onderzoeksvraag geformuleerd.
Snel2 licht toe dat in de rechtswetenschap globaal gezien twee typen onderzoek worden onderscheiden: enerzijds multi- en interdisciplinair onderzoek en anderzijds juridisch dogmatisch onderzoek. Het eerste type combineert (in tegenstelling tot het juridisch dogmatische onderzoek) twee algemene wetenschapsgebieden tot een specifieke wetenschapsdiscipline en wordt volgens Snel veel gezien bij rechtssociologie, rechtseconomie, rechtsgeschiedenis en rechtsfilosofie. Snel typeert het juridisch dogmatisch onderzoek als het traditionele juridisch onderzoek.3
Het onderzoek dat voor dit proefschrift is verricht, betreft het bestuderen van de wetsgeschiedenis, diverse literatuur en rechtspraak. Vranken4 typeert een dergelijk onderzoek, net als Snel, als een juridisch dogmatisch onderzoek:
“Juridische dogmatiek heeft als object van onderzoek het geldende positieve recht, zoals dat is neergelegd in geschreven en ongeschreven nationale, Europese of internationale regels, beginselen, begrippen, leerstukken en rechterlijke uitspraken, en van commentaar is voorzien in de literatuur.”5
De invulling van dit juridisch dogmatisch onderzoek wordt nader beschreven in paragraaf 1.9.1.
Daarnaast is onderzoek gedaan in de vorm van het uitzetten van een enquête en het bestuderen en verwerken van de respons daarop (zie voor een nadere uiteenzetting paragraaf 1.9.2). Een dergelijk onderzoek maakt geen onderdeel uit van een juridisch dogmatisch onderzoek, maar hoort volgens Snel bij sociale wetenschappen6, ook al zie je het inmiddels vaker in juridische studies. De enquêtes zijn ingevuld door rechters, advocaten en (proces)partijen. Het betreft een kwalitatief indicatief onderzoek, derhalve met als doel een indicatief beeld te schetsen hoe de drie genoemde doelgroepen over bepaalde onderwerpen denken.
De resultaten van de enquête zijn mede gebruikt om voorafgaand en parallel aan het dogmatisch onderzoek een beeld te krijgen van de vraag of open normen in de praktijk als onzeker worden ervaren (iets wat, zoals in het voorwoord benoemd, mede de aanleiding vormde voor dit proefschrift). Een uitgebreid onderzoek is bij voorkeur niet slechts gebaseerd op een eenzijdige interpretatie van de werkelijkheid in de (huurrecht)praktijk. Aan de hand van een survey-onderzoek onder rechters, advocaten en procespartijen is gezocht naar indicaties voor het bestaan van en de opvattingen over het (mogelijke) probleem van rechtsonzekerheid in het huurrecht als gevolg van een open wettelijke normering.
Door de beide onderzoeksmethodes (juridisch dogmatisch en het kwalitatieve indicatieve onderzoek) kunnen niet alleen theoretische bevindingen worden gedaan, maar kan ook de werking in de praktijk worden bezien.