Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/4.4.1.2
4.4.1.2 Statutenwijziging in Duitsland
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232432:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Hof in v.Campenhausen/Richter § 6 Rn 211.
Werner & Saenger 2008, Rn 233.
Hof in v.Campenhausen/Richter § 6 Rn 211. Als voorbeeld van de beperking in de mogelijkheid tot statutenwijziging kan het recht van Nordrhein-Westfalen gelden, § 10 Abs. 1 Stiftungsgesetz für das Land Nordrhein-Westfalen: ‘Soweit nicht in der Satzung etwas anderes bestimmt ist, können die zuständigen Stiftungsorgane eine Änderung der Satzung beschlieûen, wenn hierdurch der Stiftungszweck oder die Organisation der Stiftung nicht wesentlich verändert wird. Die Stiftungsbehörde ist hierüber innerhalb eines Monats nach Beschlussfassung zu unterrichten.’ Een ander voorbeeld vormt het Berlijnse stichtingenrecht, § 5 Abs. 2 Stiftungsgesetz Berlin luidt: ‘Die Aufhebung, die Zusammenlegung mit einer anderen Stiftung oder die Änderung des Zwecks kann nur beschlossen werden, wenn es wegen wesentlicher Änderung der Verhältnisse angezeigt erscheint, sofern das Stiftungsgeschäft oder die Satzung keine andere Regelung enthält.’
Hof in v.Campenhausen/Richter 2014 § 10 Rn 284.
Hof in v.Campenhausen/Richter § 11 Rn 307-309.
Entwurf eines Gesetzes zur Modernisierung des Stiftungsrechts, Gesetzentwurf der Fraktionen SPD und BÜNDNIS 90/DIE GRÜNEN, Deutscher Bundestag Drucksache 14/827, p. 5.
De gedachte dat de wil van de oprichter van groot belang is voor de stichting wordt in Duitsland wellicht nog sterker gevoeld dan in Nederland en België. Dit blijkt wel uit de Duitse jurisprudentie:
‘daß dem im Stiftungsgeschäft zum Ausdruck gekommenen Stifterwillen für die Stiftung maßgebende Bedeutung zu kommt. Oberstes Prinzip des Stiftungsrechts ist der Stifterwille.’1
De mogelijkheid tot statutenwijziging is hiermee in tegenspraak.2 Op de lange termijn moet echter onder ogen worden gezien dat het doel van de stichting niet meer te bereiken zal zijn. Ook kan het zijn dat de maatschappelijke opvattingen dusdanig zijn gewijzigd, dat wijziging van het doel onontkoombaar is. Dit is ook de mening in Duitsland. Zo schrijft Saenger dat het doel de stichting niet voor tientallen jaren of zelfs voor eeuwen kan worden geketend. Onder gewijzigde omstandigheden, moet ook het doel kunnen worden aangepast.3 De mogelijkheid tot wijziging van de statuten op initiatief van de stichting zelf is in Duitsland onderworpen aan de wetgeving van de betreffende deelstaat. In alle deelstaten is de mogelijkheid tot statutenwijziging op initiatief van de stichting aan beperkingen onderworpen. Bij Hof valt te lezen dat statutenwijziging daarom in een beperkt aantal gevallen is toegestaan:
‘Mit Rücksicht auf alle diese Aspekte sind Änderungen der Satzung nur zulässig, wenn die in der Satzung selbst ausdrücklich vorgesehen sind, eine Auslegung der Satzung nicht weiterhilft oder die Änderungen vom Gesetz gestattet werden.’4
Algemeen geldt, dat ook als de statuten en de wetgeving van de betreffende deelstaat voorzien in de mogelijkheid van statutenwijziging, de bevoegdheid tot statutenwijziging beperkt moet worden uitgelegd. De reden hierachter is de ‘Fixierung auf den Stifterwillen’, het vasthouden aan de oorspronkelijke bedoeling van de oprichter, aldus Hof.5
De mogelijkheid tot wijziging van de statuten in Duitsland komt daardoor materieel dicht in de buurt van de mogelijkheden tot statutenwijziging in Nederland. Naast de in de wetgeving van de afzonderlijke deelstaten opgenomen mogelijkheden tot statutenwijziging, is in § 87 BGB nog een algemene, bijzondere, mogelijkheid tot statutenwijziging opgenomen:
Ist die Erfüllung des Stiftungszwecks unmöglich geworden oder gefährdet sie das Gemeinwohl, so kann die zuständige Behörde der Stiftung eine andere Zweckbestimmung geben oder sie aufheben.
Bei der Umwandlung des Zweckes soll der Wille des Stifters berücksichtigt werden, insbesondere soll dafür gesorgt werden, dass die Erträge des Stiftungsvermögens dem Personenkreis, dem sie zustatten kommen sollten, im Sinne des Stifters erhalten bleiben. Die Behörde kann die Verfassung der Stiftung ändern, soweit die Umwandlung des Zweckes es erfordert.
Vor der Umwandlung des Zweckes und der Änderung der Verfassung soll der Vorstand der Stiftung gehört werden.’
Van deze mogelijkheid uit § 87 BGB mag uitsluitend gebruik worden gemaakt ingeval het oorspronkelijke doel niet meer kan worden bereikt. De onmogelijkheid tot het bereiken van het doel kan voortvloeien uit feitelijke of juridische oorzaken. Genoemd worden het ontbreken van Destinatäre (begunstigden) of het verbieden van het doel van de stichting.6
Ik meen te mogen stellen dat aan deze bevoegdheid tot statutenwijziging door het bevoegde gezag ook ‘ein Hauch eines Relikts aus Zeiten eines Obrigkeitsstaates’7 kleeft (zie ook 2.3.1.1).