De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/4.4.1:4.4.1 Het belang van de (on)mogelijkheid van statutenwijziging
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/4.4.1
4.4.1 Het belang van de (on)mogelijkheid van statutenwijziging
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232235:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Gesteld zou kunnen worden dat de ‘afwezigheid’ van de erflater als bestuurder het probleem is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De geobjectiveerde wil van de oprichter is van groot belang voor de stichting. Dit geldt zowel voor Nederland, Duitsland als België, zo bleek in hoofdstuk 2. De erflater laat de bij dode opgerichte stichting het levenslicht zien, maar niet alleen dat, hij bepaalt ook het doel en de werkwijze van deze stichting. De wil van de oprichter blijkt voor een belangrijk deel uit de statuten. Als statutenwijziging eenvoudig zou zijn, zou dat ten koste kunnen gaan van de wil van de oprichter. Dit is wellicht nog in versterkte mate van toepassing op de bij dode opgerichte stichting. De erflater/oprichter moet het functioneren van ‘zijn’ stichting immers in handen leggen van anderen.1
In dit onderdeel wil ik onderzoeken wat de mogelijkheden zijn tot statutenwijziging in Nederland, Duitsland en België.
4.4.1.1 Statutenwijziging in Nederland4.4.1.2 Statutenwijziging in Duitsland4.4.1.3 Statutenwijziging in België4.4.1.4 Conclusie