Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/4.4.2.6
4.4.2.6 Contractsdwang: art. 6:237 sub j BW
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS389258:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
BR 25 april 1986, NJ 1986, 714 m.nt. G (Van der Meer/Smilde).
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel L. Diensten en beheer, onder 'Toegang'. Sinds 1 mei 2003 maakt @home echter niet langer gebruik van huurmodems, althans, de klanten die er reeds één hebben, kunnen het modem blijven huren, maar voor nieuwe klanten biedt @home slechts koopmodems aan.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel L. Diensten en beheer, onder 'Domeinnaam/n'-adres'.
Zie
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel J. Intellectuele eigendomsrechten.
Zie paragraaf 4.32.1 'Koopovereenkomst en huurovereenkomst'.
Zie bijlage paragraaf 5.1 'Algemene bedingen', onderdeel B. Kopje 'algemeen', 'Toepasselijkheid algemene voorwaarden'.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel L. Diensten en beheer, onder 'Diensten van derden'.
Op grond van art. 6:237 sub j BW wordt in overeenkomsten met een consument vermoed onredelijk bezwarend te zijn een beding in algemene voorwaarden dat de wederpartij verplicht tot het sluiten van een overeenkomst met de ISP of met een derde, tenzij dit, mede gelet op het verband van die overeenkomst met de in dit artikel bedoelde overeenkomst, redelijkerwijze van de wederpartij kan worden gevergd. Dit beding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn omdat het geheel niet door de wederpartij wordt verwacht en het er toe kan leiden dat hij verder aan de ISP — of aan wellicht met de ISP verbonden derden — wordt gebonden dan hij voor wenselijk hield. Voorbeelden van contractsdwang in de algemene voorwaarden zijn de verplichting om een gekochte zaak bij de verkoper of een derde in onderhoud te geven, de verplichting om een gehuurde zaak te verzekeren of de verplichting om zich als borg te binden. Een op art. 6:237 sub j BW anticiperende toepassing biedt het arrest Van der Meer /Smilde.1 Uit dit arrest blijkt dat het beding ook onredelijk kan zijn als de wederpartij er van op de hoogte was, maar er zich feitelijk niet tegen kon verzetten.
Casema, Chello en @Home zijn kabel-ISP's. Om toegang te verkrijgen tot het internet dient de klant een kabelmodem bij de ISP te huren dan wel te kopen. In art. 13 van haar algemene voorwaarden heeft @Home bepalingen opgenomen met betrekking tot het gehuurde kabelmodem.2 Opvallend is dat de klant zelf een inboedelverzekering voor het kabelmodem moet afsluiten, dan wel het kabelmodem in een bestaande inboedelverzekering moet onder brengen. Hier is sprake van contractsdwang. De vraag is echter of in dit geval gelet op het verband met de ISP-overeenkomst redelijkerwijze van de klant kan worden gevergd dat hij een inboedelverzekering afsluit, dan wel het kabelmodem onderbrengt in een bestaande verzekering. Waarschijnlijk is het verzekeren van de modems door de ISP zelf wel haalbaar maar doet hij dit niet in verband met de kosten, dat zou de maandelijkse vergoeding van de klant voor de ISP-overeenkomst duurder maken. Omdat het van de klant redelijkerwijze kan worden verwacht dat hij het kabelmodem onderbrengt in een bestaande verzekering, acht ik de derde bepaling van art. 13 lid 1 van de algemene voorwaarden van @Home in zoverre niet onredelijk bezwarend op grond van art. 6:237 sub j BW. Bij de meeste inboedelverzekeringen valt een kabelmodem á onder de inboedelverzekering. Het sluiten van een inboedelverzekering speciaal voor het kabelmodem kan niet in redelijkheid van de klant worden gevergd en is vermoedelijk onredelijk bezwarend op grond van art. 6:237 sub j BW omdat het hier om een relatief gering bedrag gaat en de kans dat de klant bij schade deze niet kan vergoeden zo gering is dat de ISP daar geen wezenlijk belang bij heeft.
Bij sommige w's is de klant verplicht om over een domeinnaam te beschikken.3 Dan is sprake van contractsdwang omdat voor het verkrijgen van een domeinnaam een overeenkomst met de SIDN noodzakelijk is.4 De vraag is echter of in dit geval gelet op het verband met de ISP-overeenkomst sprake is van een onredelijk bezwarend beding omdat het sluiten van een overeenkomst met de SIDN redelijkerwijze van de klant kan worden gevergd. Beter lijkt het mij om een klant de keuze te laten wel of niet over een domeinnaam te beschikken. Het beding wordt daarom vermoed onredelijk bezwarend te zijn op grond van art. 6:237 sub j BW omdat de klant een dergelijk beding redelijkerwijze niet hoeft te verwachten en het er toe leidt dat hij verder aan de ISP — en aan de SIDN als derde - wordt gebonden dan hij voor wenselijk hield. Een domeinnaam is immers voor een klant niet noodzakelijk als hij geen gebruik wil maken van deze dienst.
Indien een klant licentievoorwaarden moet accepteren om gebruik te kunnen maken van de door de ISP verschafte software met behulp waarvan toegang tot het systeem van de ISP en vervolgens toegang tot het internet mogelijk wordt gemaakt, kan sprake zijn van contractsdwang.5 Het is echter moeilijk om hier te spreken van contractsdwang omdat het gaat om software ten aanzien waarvan de ISP de intellectuele eigendomsrechten heeft en de klant een gebruiksrecht verkrijgt.6 Een dergelijk beding acht ik daarom niet onredelijk bezwarend op grond van art. 6:237 sub j BW omdat de klant kan verwachten dat er licentievoorwaarden gelden voor gebruikmaking van de door de ISP verschafte software die nodig is voor de uitvoering van de diensten. Een klant heeft software nodig om gebruik te kunnen maken van het internet en zal bij gebruikmaking van de software de nodige zorg ten opzichte van het gebruik van de software in acht moeten nemen. Om de ISP te verzekeren dat de klant ook de nodige zorg in acht neemt dient hij de licentievoorwaarden te accepteren.
Sommige ISP's bepalen dat voor specifieke diensten aanvullende voorwaarden kunnen gelden.7 Compuserve doet dat bijvoorbeeld in art. 2 van haar ledenovereenkomst:
'Wanneer u echter gebruik maakt van aanverwante diensten zoals onze internationale gebieden, andere Compuserve diensten zoals Executive news of software/diensten van derde partijen, dan kunnen aanvullende voorwaarden en condities gelden.'
Er kunnen aanvullende voorwaarden en condities gelden indien een klant met behulp van zijn ISP-overeenkomst gebruik maakt van diensten van derden. Dat ligt in de aard van een ISP-overeenkomst. Art. 6:237 sub j BW is hier niet van toepassing omdat de klant niet wordt verplicht tot het sluiten van een overeenkomst met de gebruiker of een derde, maar de klant er op wordt gewezen dat de klant met behulp van zijn ISP-overeenkomst een overeenkomst met een derde kan sluiten. Een dergelijk beding acht ik daarom niet onredelijk bezwarend.
Bij sommige ISP-overeenkomsten wordt gebruik gemaakt van de diensten van derden. De klant dient dan veelal naast de ISP-overeenkomst een overeenkomst met die derde te sluiten. Het is de vraag of dan ook sprake is van contractsdwang. Over diensten van derden heeft XS4ALL in art. 7 lid 1 van haar algemene voorwaarden een bepaling opgenomen.8 Indien een klant via de kabel of via ADSL gebruik wil maken van de XS4ALL diensten, dient de klant een aparte kabelovereenkomst of ADSL-overeenkomst te sluiten naast de ISPovereenkomst. Het sluiten van een overeenkomst met een derde is in dit geval niet onredelijk bezwarend omdat dit redelijkerwijze van de klant kan worden gevergd. De klant kiest er immers voor om via de kabel of ADSL gebruik te maken van de diensten van XS4ALL en kan dan verwachten dat hij een aparte overeenkomst met een derde partij moet sluiten om gebruik te maken van de diensten van XS4ALL.