Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.3.1
6.3.1 Modernisering van het BV-recht
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395578:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Memorie van toelichting bij Ambtelijk Voorontwerp wijziging Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de regeling voor besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid eerste tranche: orgaanstructuur en bevoegdheden/aandelen en certificaten, blz. 1.
Kamerstukken II, 2003-2004, 29 752, nr. 2, blz. 15.
Kamerstukken II, 2006-2007, 31 058, nr. 3, blz. 3.
Memorie van toelichting bij Ambtelijk Voorontwerp eerste tranche, supra noot 21, blz. 2.
Kluiver, H.J. de et al. (2004), supra noot 14.
Memorie van toelichting bij Ambtelijk Voorontwerp eerste tranche, supra noot 21, blz. 4.
McCahery, J.A. en E.P.M. Vermeulen (2005a), supra noot 2, blz. 382-391. Met een `onesize-fits-dr-benadering wordt hier bedoeld dat de flexibele BV als uitgangspunt wordt genomen, en geschikt wordt geacht voor een breed scala van toepassingsmogelijkheden. De rechtsvorm zou toepasbaar zijn voor allerlei soorten activiteiten van ondernemers. Ondanks eventuele verschillende behoeften van de ondernemers, wordt volgens deze benadering met een enkele rechtsvorm in voldoende mate aan deze behoeften voldaan. Er is derhalve geen plaats voor nieuwe rechtsvormen.
Kamerstukken II, 2006-2007, 31 058, nr. 4.
Kamerstukken II, 2006-2007, 31 058, nr. 2.
De in de praktijk en in de literatuur gesignaleerde behoefte aan een grotere vrijheid bij de inrichting van kleinere ondernemingen, joint ventures en concernvennootschappen is de belangrijkste aanleiding geweest voor het starten van een project tot vereenvoudiging en flexibilisering van het BV-recht.1 Ondernemers die voor de BV willen kiezen worden nu geconfronteerd met een reeks voorschriften die niet altijd doeltreffend lijken.2 De nieuwe BV moet een bruikbare en een betrouwbare rechtsvorm zijn voor alle partijen die bij de vennootschap zijn betrokken. Een evenwichtig stelsel van schuldeisersbescherming draagt hieraan bij, evenals wettelijke regels voor besluitvorming die rekening houden met de belangen van minderheidsaandeelhouders.3 De toenemende internationale jurisdictionele competitie leidt er toe dat Nederland steeds meer moet concurreren met andere buitenlandse rechtsvormen om de eigen vennootschappen te behouden. Omdat het BV-recht in tegenstelling tot het NV-recht slechts in beperkte mate is geharmoniseerd via Europese richtlijnen, kan die concurrentie daadwerkelijk worden aangegaan.4
De minister heeft onder andere een expertgroep ingesteld, die op 6 mei 2004 heeft gerapporteerd over de vereenvoudiging en flexibilisering van het BVrecht.5 Het rapport bevat een groot aantal aanbevelingen. De uitgangspunten, die aan het advies ten grondslag lagen, waren de volgende: (1) minder dwingend en meer regelend recht, (2) meer vrijheid voor aandeelhouders om de onderneming naar eigen inzicht en wensen vorm te geven met voldoende waarborgen voor de belangen van andere partijen, (3) het laten vervallen van regels die onnodig belemmerend of ineffectief zijn, (4) het verminderen van (administratieve) lasten, (5) het bieden van een evenwichtige bescherming van crediteuren, (6) het wegnemen van rechtsonzekerheid, (7) het aansluiten bij de behoeften van de hedendaagse, nationale en internationale praktijk, (8) het aansluiten bij ontwikkelingen in de omringende landen en de Europese Unie en (9) het oplossen van knelpunten in het huidige BV-recht, in plaats van het introduceren een nieuwe rechtsvorm.6 De expertgroep kiest voor een one-sizefits-all-benadering.7
In de periode 2005-2006 is naar aanleiding van het rapport van de expertgroep in drie tranches een ambtelijk voorontwerp gepubliceerd bestaande uit een concept wetsvoorstel met een memorie van toelichting. Op het voorontwerp heeft een groot aantal partijen gereageerd. Ook is in aanvulling op de schriftelijke consultatie in december 2005 een expertmeeting gehouden. Op 3 november 2006 is het wetsvoorstel vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht door de ministerraad goedgekeurd. Hierna is het advies van de Raad van State en het nader rapport8 verschenen en is op 31 mei 2007 het wetsvoorstel Wet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht9 ingediend bij de Tweede Kamer. Op 15 december 2009 is het Wetsvoorstel flex-BV aangenomen in de Tweede Kamer en is ter goedkeuring naar de Eerste Kamer gestuurd (Wetsvoorstel flex-BV').