Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.11.1
4.11.1 Rapport van de subcommissie staatsinrichting van de CMLGS 1975
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977176:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Mededelingen van de CMLGS (commissie-Roorda), Kleio 1974, p. 721-813 en Mededelingen van de CMLGS-2 1975 (Overdruk uit Kleio, 1975, 10).
Mededelingen van de CMLGS-2 1975 (Subcommissie staatsinrichting, bestaande uit C.J. Canters, G. Groenhuis en M. Huizer), Overdruk uit Kleio, 1975, 10; vgl. J. Bakker, ’De staatsinrichting in het geschiedenisonderwijs’, H.8 in het rapport Didactiek van geschiedenis en staatsinrichting in het tweede en derde leerjaar van scholen voor vwo, havo en mavo van de werkgroep VGN en de VS LPC´, Kleio 1976, p. 90-99.
M. Huizer, ´Staatsinrichting´, in: L.G. Dalhuisen e.a. (red.) 1977, p. 342-355.
M. Huizer 1977, p. 359: Men mag veilig aannemen dat leraren kundige historici zijn; of deze deskundigheid ook geldt voor staatsinrichting is minder zeker (voor staatsinrichting op atheneum 4-A is kennis van staatsrecht vereist) en p. 363: attitudevorming is de voornaamste doelstelling van onderwijs in staatsinrichting: de vorming van de ‘ideale staatsburger’ die kritisch functioneert. Er is een opzet van uitgaven staatsinrichting, p. 264.
OMEGA: Overleg maatschappijleer, economie, geschiedenis en staatsinrichting en aardrijkskunde.
Mededelingen van de C.M.L.G.S. 1974.
‘Mededelingen van de C.M.L.G.S.’, Kleio 1974, p. 721-813.
CMLGS: Uitgangspunten staatsinrichting: juridisch/politieke samenleving
Na de indiening in 1971 van het initiatiefwetsvoorstel-Schuring c.s. zijn nog tientallen voorstellen over de staatsburgerlijke, juridische en maatschappelijke vorming verschenen (Bijlage XX). Eén daarvan is het in 1975 onder auspiciën van de CML Geschiedenis en staatsinrichting (CMLGS) verschenen grondslagenrapport van de subcommissie staatsinrichting van de CMLGS Over de uitgangspunten voor het onderwijs in de staatsinrichting.1 De bedoeling hiervan is tweeledig, enerzijds het bieden van materieel houvast aan docenten geschiedenis en staatsinrichting en anderzijds het geven van een aanzet tot een vernieuwend leerplan staatsinrichting. Dit laatste komt tot uitdrukking in het rapport in de doelomschrijving: ‘jonge staatsburgers bekend te maken met de staatsrechtelijke structuren, waarin de samenleving is gevat en met hun fundamentele rechten en plichten als staatsburger […], de manier waarop rechten gehandhaafd en afgedwongen kunnen worden’.2 De commissie definieert het object van staatsinrichting als ‘het juridisch-politieke aspect van de samenleving’.3 Het doel is docenten vertrouwd te maken met het onderwijs in staatsinrichting.4 Het vervolg komt in het OMEGA-overleg.5
Te veel tijd naar politieke partijen, democratische attitudevorming eerst
Het is de commissie opgevallen dat de behandeling van politieke partijen ‘het onderdeel’ staatsinrichting onnodig beperkt.6 Dit heeft haar aangezet tot het indelen van het curriculum staatsinrichting in Staatsinrichting van Nederland en Nederland als democratie. De doelen zijn gelegen in het leerlingen vertrouwd maken met het staatsrecht en hun fundamentele rechten en plichten als (staats)burger en de handhaving van het staatsrecht. Ze ziet de democratische attitude als van een groter belang dan de kennis van de democratie, maar ‘deze is niet te missen bij het leren van de democratische houdingen’. De ideale staatsburger ‘weet zich medeverantwoordelijk voor de handhaving van het staatsbestel en is bekend met de wegen […] deze verantwoordelijkheid kritisch te effectueren’. De middelen bestaan uit: (a) het verschaffen van overzichten van overheidsfuncties en organen en (b) het kritisch lezen van de Grondwet en de wetten. Het staatsinrichtingsonderwijs bestaat idealiter uit: het staatsbegrip en de beperking van de nationale soevereiniteit, de democratische regeringsvorm en de daaraan klevende onvolkomenheden en de gedecentraliseerde eenheidsstaat; de taak van de gebieds- en doelcorporaties en hun ‘macht’, en voortschrijdende centralisatie. Als te leren begrippen zijn in Kleio voorgesteld: het staatsbegrip, de soevereiniteit, de Nederlandse democratie, het functioneren en de beperkingen van de parlementaire democratie en de invloed van burgers op de besluitvorming dichtbij huis.7