Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.3.2.2:2.3.2.2 Rechtsbeginselen van secundair Unierecht
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.3.2.2
2.3.2.2 Rechtsbeginselen van secundair Unierecht
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS492172:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Rechtsbeginselen die behoren tot het secundaire Unierecht worden ook wel pseudobeginselen genoemd. Zij zijn ontwikkeld in de jurisprudentie van het HvJ en dienen enkel als instrument bij het uitleggen van uniewetgeving.1 Zij vormen geen regel van primair recht, waaraan de geldigheid van een bepaalde btw-regeling kan worden getoetst of aan de hand waarvan de werking van een bepaalde regeling kan worden beperkt of uitgebreid. Voorts hebben zij geen grondwettelijk karakter en komen geen rechtstreekse werking toe. Zij dienen in wetgeving te worden omgezet willen zij als zodanig onmiddellijk effect sorteren. Belastingplichtigen kunnen dan ook geen rechtstreeks beroep doen op deze beginselen teneinde bijvoorbeeld een bepaalde regeling buiten spel te zetten. In de btw kan met name worden gedacht aan:
het verbruiksbeginsel;
het neutraliteitsbeginsel;
het territorialiteitsbeginsel; en
het beginsel van de fiscaal rationele oplossing.
Deze beginselen duid ik hierna gemakshalve aan als ‘btw-beginselen’.
Voor dit onderzoek zijn met name het verbruiksbeginsel en het neutraliteitsbeginsel relevant. Het territorialiteitsbeginsel en het beginsel van de fiscaal rationele oplossing vallen buiten de scope van dit onderzoek, aangezien zij vooral effect sorteren in internationale verhoudingen. Het verbruiksbeginsel en het neutraliteitsbeginsel worden niet zelden door het HvJ aangehaald bij het afbakenen van de grenzen van heffing en het uitleggen van de uniewetgeving. Het HvJ zal bedoelde beginselen daarom nimmer aanhalen wanneer zij niet als interpretatiebeginsel dienen (lees: wanneer zij geen onderdeel uitmaken van het Unierecht). Dit veronderstelt dat bedoelde beginselen ook in een andere verschijningsvorm kunnen voorkomen. Ik doel op de hoedanigheid van deze beginselen als onderdeel van het rechtskarakter van de btw (en niet als onderdeel van het Unierecht). Zoals zal blijken uit paragraaf 2.4 zijn bedoelde beginselen nauw met het rechtskarakter verweven.2 Of sterker: zij vormen het rechtskarakter. Ik heb er daarom voor gekozen het verbruiksbeginsel en het neutraliteitsbeginsel verderop in dit hoofdstuk, mede aan de hand van rechtspraak van het HvJ, nader te behandelen. Ik volsta hier met een korte beschrijving van deze beginselen (als onderdeel van het Unierecht).
2.3.2.2.1 Het verbruiksbeginsel2.3.2.2.2 Het neutraliteitsbeginsel