Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/8.2.5:8.2.5 Financiering door de vennootschap in de vorm van een beurs-bv
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/8.2.5
8.2.5 Financiering door de vennootschap in de vorm van een beurs-bv
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS343408:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De vergelijking met een administratiekantoor dringt zich op.
In het algemeen ligt het in de rede dat een beurs-bv de regels van het vennootschapsrecht en het financiële recht die van toepassing zijn op beurs-nv’s zoveel mogelijk toepast. Zie hierover Bootsma, Hijink & in ’t Veld, De eerste beurs-BV, Ondernemingsrecht 2016/111.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 4.7.1 heb ik gesteld dat aandelen in een bv tot de handel op een (gereglementeerde) markt kunnen worden toegelaten, maar dat het laatste woord aan de beursautoriteiten is.
Het zijn van een bv brengt veel voordelen met zich mee waar het gaat om de financiering van beschermingsprefs. Het eerste grote voordeel is dat ingevolge art. 2:191 lid 1 BW bedongen kan worden dat het nominale bedrag eerst behoeft te worden gestort na verloop van een bepaalde tijd of nadat de vennootschap het zal hebben opgevraagd. De bv kan aldus niet-volgestorte beschermingsprefs uitgeven. Daarbij zou bijvoorbeeld bedongen kunnen worden dat de vennootschap het op de uit te geven beschermingsprefs te storten bedrag eerst zal opvragen na verloop van bijvoorbeeld twee jaar, of nadat het bestuur van de bv het zal hebben opgevraagd. De stichting hoeft zich aldus niet snel zorgen te maken over de wijze van financiering van de volstorting van de beschermingsprefs. De financieringskosten zullen nihil zijn. De stichting hoeft geen bereidstellingsprovisie te betalen, noch hoeft zij renteverplichtingen op zich te nemen.
Een tweede voordeel is dat art. 2:216 lid 7 BW het mogelijk maakt om aandelen uit te geven die geen recht geven tot deling in de winst of de reserves van de vennootschap. Aangezien de stichting geen lening hoeft aan te trekken bij een bank, hoeft zij ook geen dividend te ontvangen om de rente te betalen. De bv kan aldus winstrechtloze beschermingsprefs uitgeven. Om de doorlopende kosten van de stichting te kunnen betalen, zouden de statuten van de bv kunnen bepalen dat de winstrechtloze beschermingsprefs tot op zekere hoogte recht geven tot de reserves van de vennootschap, zodat het bestuur van de bv bepaalde bedragen ten laste van de reserves kan uitkeren aan de stichting continuïteit. Een storting à fonds perdu is dan niet nodig. Het feit dat de beschermingsprefs niet winstgerechtigd zijn, biedt voordelen aan de houders van gewone aandelen. Zij zullen niet verwateren in hun winstaandeel. De beschermingsprefs zouden zelfs permanent uitgegeven kunnen worden, waarbij het bestuur van de stichting slechts in de algemene vergadering van de vennootschap verschijnt indien sprake is van oorlogstijd.1
Zouden de beschermingsprefs niet winstgerechtigd zijn, dan zou beter niet van preferente aandelen gesproken kunnen worden. Aan preferente aandelen is inherent dat zij recht geven op een gedeelte van de winst voordat enige uitkering aan de houders van gewone aandelen wordt gedaan. De beschermingsprefs zouden dan in de statuten beter kunnen worden aangeduid als beschermingsaandelen of aandelen van een bijzondere soort die met een specifieke letter worden aangeduid.
De verplicht bod regeling van art. 5:70 Wft en dientengevolge de voorwaarden voor een vrijstelling van deze regeling voor een stichting continuïteit zijn niet van toepassing op een beurs-bv. Dat neemt niet weg dat de stichting beter het onafhankelijkheidsvereiste van art. 5:71 lid 1 sub c Wft kan naleven.2