Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/12.4.1.2:12.4.1.2 Stelplicht en bewijslast: ‘begin van bewijs’ is niet voldoende
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/12.4.1.2
12.4.1.2 Stelplicht en bewijslast: ‘begin van bewijs’ is niet voldoende
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940397:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 7.3.7.4.2.
Zie paragraaf 9.3.1.
Zie ook de zaak die heeft geleid tot de Conclusie van A-G Pauwels van 7 juli 2023, V-N 2023/36.25, waarin Hof Den Haag vanwege de gebrekkige bewijsvoering van de inspecteur op dit punt (in combinatie met de uitzonderlijke hoogte van de boete) een van het forfaitaire stelsel van het Bpb afwijkende, veel hogere proceskostenvergoeding toekende.
Zie paragraaf 13.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Degene op wie de primaire bewijslast rust, kan niet volstaan met het innemen van een blote stelling. Steeds zal hij een begin van bewijs moeten aanleveren. Door dat begin van bewijs krijgt hij als het ware het voordeel van de twijfel. Vervolgens is het aan de wederpartij om dat voordeel door een gemotiveerde betwisting te pareren.1 In de boetesfeer kan deze gang van zaken naar mijn mening geen stand houden. In verband met de onschuldpresumptie behoort immers niet de inspecteur, maar juist de boeteling het voordeel van de twijfel te krijgen.2 Om die reden kan de inspecteur niet volstaan met het leveren van slechts een begin van bewijs van de centrale stellingen.3 Daar komt nog bij dat een zwaardere gradatie van bewijs geldt: de inspecteur moet de centrale stellingen niet ‘slechts’ aannemelijk maken, maar ‘beyond reasonable doubt’ bewijzen.4 Dat betekent dat de inspecteur niet alleen met meer bewijs, maar ook met meer overtuigend bewijs zal moeten komen dan in de sfeer van de heffing bij positieve heffingscomponenten het geval is.