Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.6.2:1.6.2 Plaatsvervulling
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.6.2
1.6.2 Plaatsvervulling
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859201:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover ook Rb. Roermond 3 maart 1949, NJ 1949/700.
Zie hierover uitgebreid Van der Kemp 1870, p. 42-47 en de aldaar genoemde literatuur.
Samenvattend merk ik over de discussie onder het oude recht nog op dat Asser/Perrick 1996, p. 19, Klaassen-Eggens/Luijten 1989, p. 17, Van der Kemp 1870, p. 42-47, Land 1902, p. 27, Pitlo & Veegens 1941, p. 362, Pitlo/Van den Burght 1981, p. 29 en Suijling & Dubois 1931, p. 37-38 plaatsvervulling in dit geval mogelijk achtten. Contra: Clausing 1878, p. 74, Diephuis 1847, p. 269, Diephuis 1886, p. 66 en Klaassen/Eggens & Polak 1956, p. 165.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het OBW is plaatsvervulling voor een levend persoon verboden (art. 894 OBW).1 In de literatuur is gedebatteerd over de vraag of plaatsvervulling voor een onwaardige die vóór de erflater is gestorven, mogelijk is. De woorden uit eigen hoofde in artikel 887 OBW spelen een rol in deze discussie.2 Deze discussie laat ik verder rusten nu deze vraag met de invoering van het nieuwe erfrecht is beslecht. Plaatsvervulling is mogelijk. Zowel voor een onwaardige die nog in leven is als een reeds overleden onwaardige (art. 4:12 BW).3