De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.2.3:7.2.3 Het kapitaalbegrip
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.2.3
7.2.3 Het kapitaalbegrip
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS387523:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Mendel & Oostwouder 2013, p. 15.
Ook een BVopgericht na 1 oktober 2012 kan ervoor kiezen een maatschappelijk kapitaal in de statuten op te nemen.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013, nr. 100-101 en Van der Heijden/Van der Grinten & Dortmond 2013, nr. 162.
Mendel & Oostwouder 2013, p. 18.
Mendel & Oostwouder 2013, p. 18.
Mendel & Oostwouder 2013, p. 18.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013, nr. 97 en Mendel 2002, p. 18.
Asser & Maeijer 2-III 1994, nr. 87.
Van Schilfgaarde e.a. 2013, p. 72.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Nederlandse vennootschapsrecht verwijst het begrip kapitaal naar de rechtsbetrekking tussen de BV en de aandeelhouders. De BV geeft immers aandelen uit, waarbij ieder aandeel beantwoordt aan een vast nominaal bedrag, ook wel de nominale waarde van het aandeel genoemd. Wanneer de aandelen worden uitgegeven tegen de nominale waarde, wordt de uitgifte a pari genoemd. Vroeger werd het kapitaalbegrip gekoppeld aan deze uitgifte a pari: onder kapitaal werd verstaan het ‘inbrengkapitaal,d.w.z. het totale bedrag dat de aandeelhouders op de door hen genomenaandelen volgens de nominale waarde hadden gestort (in de vennootschap haddeningebracht).’1 Een meer genuanceerde formulering is hier op zijn plaats, nu er een verschil kan ontstaan tussen het in werkelijkheid op een aandeel gestort bedrag en het nominale bedrag van het aandeel (het agio), doordat de koers van de uitgegeven aandelen hoger ligt dan de nominale waarde.
Voor de invoering van de Wet Flex-BV bestonden er vijf kapitaalbegrippen: i. het maatschappelijk kapitaal, ii. het geplaatst kapitaal, iii. het gestort kapitaal, iv. het opgevraagd kapitaal en v. het minimumkapitaal.
Zoals eerder gezegd is het minimumkapitaal voor de BV geheel komen te vervallen. Ondanks dat het niet langer verplicht is om het maatschappelijk kapitaal op te nemen in de statuten,2 en de afschaffing van de verplichting dat van het maatschappelijk kapitaal minimaal een vijfde deel dient te zijn geplaatst en een vierde deel dient te zijn gestort, kunnen de overige vier kapitaalbegrippen nog wel een rol spelen. De BV’s opgericht voor de invoering van de Wet Flex-BV dienen namelijk hun statuten te wijzigen indien het wenselijk wordt geacht dat het voor 1 oktober 2012 verplichte maatschappelijke kapitaal komt te vervallen. Daarom zullen deze kapitaalbegrippen hier kort worden toegelicht.
Onder maatschappelijk kapitaal wordt verstaan het in de statuten opgenomen maximumbedrag tot waar aandelen kunnen worden geplaatst. Onder het geplaatst kapitaal wordt verstaan het bedrag waarvoor aandelen zijn geplaatst of uitgegeven.3 Voor de invoering van de Wet Flex-BV was het ingevolge artikel 2:178 lid 1 BW (oud) verplicht dat van het maatschappelijk kapitaal ten minste een vijfde gedeelte was geplaatst. Praktisch gezien is het geplaatst kapitaal nog van belang om te bepalen of de BV kredietwaardig is en of er sprake is van een structuurvennootschap (artikel 2:263 BW). Voorts wordt op verschillende plaatsen in Boek 2 BW een quorumvereiste gekoppeld aan besluitvorming, zie bijvoorbeeld artikel 2:243 lid 2 BW.4
Onder het gestort kapitaal wordt verstaan het gedeelte van het geplaatste kapitaal waarop de door de aandeelhouders verschuldigde inbreng door hen is voldaan of het door hen verschuldigde is gestort.5 Voor de invoering van de Wet Flex-BV was vereist dat ten minste een vierde van het nominale bedrag werd gestort. Het door de Wet Flex-BV gewijzigde artikel 2:191 lid 1, tweede volzin BW bepaalt dat bedongen kan worden dat het nominale bedrag of een deel daarvan pas behoeft te worden gestort na verloop van een bepaalde tijd of nadat de vennootschap het heeft opgevraagd. Deze resterende verplichting voor de aandeelhouder heet obligo.6 Praktisch gezien is ook het gestort kapitaal van belang om te bepalen of de BV kredietwaardig is.7
Het opgevraagd kapitaal is dat deel van het geplaatst kapitaal waarvan volstorting nog niet heeft plaatsgevonden, maar wel op korte termijn is opgevraagd door het daartoe bevoegde vennootschapsorgaan of door de curator in het faillissement van de BV.8
De verhouding tussen de BV en de aandeelhouders zal in paragraaf 7.2.6 nader worden uitgewerkt. Het begrip kapitaal wordt door sommige juristen als een schuld van eigen, vennootschappelijke aard gezien.9 Gesteld wordt dat dit tot uitdrukking komt in de wijze waarop het kapitaal (eventueel samen met het agio als aparte post geboekt) op de balans geplaatst wordt onder de passiva, terwijl daar tegenover de inbreng of vordering tot inbreng op de aandeelhouders bij de oprichting van de BV onder de activa wordt opgenomen. Hieruit volgt ook het verschil tussen kapitaal en vermogen van de BV. Het kapitaal dat bij de oprichting van de BV door middel van inbreng moet worden gerealiseerd, is te beschouwen als de eerste vennootschapsrechtelijk bepaalde aanzet tot het eigen vermogen van de BV.
Onder het eigen vermogen wordt ingevolge artikel 2:373 lid 1 BW verstaan: a) het geplaatst kapitaal, b) agio, c) herwaarderingsreserves, d) andere wettelijke reserves, e) statutaire reserves, f) overige reserves en g) niet verdeelde winsten. Wanneer het geplaatst kapitaal niet is volgestort, dan maakt het gestorte kapitaal in plaats van het geplaatste kapitaal onderdeel uit van het eigen vermogen. Wanneer stortingen zijn uitgeschreven, dan maakt het gestorte en opgevraagde kapitaal in plaats van het geplaatste kapitaal onderdeel uit van het eigen vermogen (lid 2). Een verschil tussen het kapitaal en het vermogen van een BV is bovendien gelegen in het al dan niet veranderlijk zijn ervan. Het kapitaal van de BV kan slechts wijzigen door kapitaalvermindering of kapitaalverhoging. Het vermogen van een BV wisselt daarentegen ieder jaar, afhankelijk van de ondernemingsresultaten van de BV.10 Het kapitaal ontstaat, met andere woorden, wel door inbreng, maar is geen inbreng.11